Sterrenkusjes

wolken dichtbundel 2018Nooit had ik verwacht dat ik dit project dit jaar voor de vierde keer op rij samen met jullie zou draaien. Ik ben er dankbaar voor om de namen van jullie kindjes te mogen noemen en samen vorm te geven aan de gedichten in de bundel. Het lieve boekje dat ieder jaar verschijnt als cadeautje voor Moederdag en Vaderdag blijkt zeer geliefd en telkens weer ontvang ik in december al e-mails met vragen over het dichtbundelproject voor volgend jaar. Het bijzondere aan dit project is dat het niet alleen een co-creatie is, maar ook door ons allemaal gedragen wordt. Zo houdt het zichzelf in stand en verschijnt er ieder jaar weer een mooi en liefdevol kunstwerkje.

‘Kindje in mijn hart’ startte in 2015 als een blijvend eerbetoon aan de liefdevolle herinneringen van ouders die een kindje ontbreekt. Zeker op bijzondere dagen is het gemis dat zij ervaren extra aanwezig en dan is het fijn om te zien dat ook het kindje dat er niet meer is, altijd bij het gezin zal horen. Dit jaar verschijnt de vierde bundel onder de naam ‘Sterrenkusjes’.  Ik hoop dat het project opnieuw een stukje warmte, troost en liefde mag brengen op moeilijke dagen.

Er zijn inmiddels al heel wat prachtige gedichten ingezonden, maar er is zeker nog ruimte voor een paar prachtige parels! Wacht echter niet te lang met dichten en inzenden, want als de bundel vol is, is hij vol… Je kunt je gedicht toesturen in een word document naar kusjeindewind@gmail.com. De spelregels vind je onderaan dit bericht, lees deze alsjeblieft goed door!

Daarnaast is het mogelijk om je kindje te laten vermelden in de bundel. Je bijdrage voor inschrijving en/of het plaatsen van een gedicht is €10,- en je ontvangt hiervoor ook een bundel thuis. Je kunt de inschrijvingskosten voldoen door de bundel in de webshop te bestellen.

Inschrijven kan zowel via de webshop als via mail: kusjeindewind@gmail.com
Vermeld s.v.p. de volgende gegevens indien van toepassing:
Naam (+ evt. achternaam), datum hartje, datum sterretje.

Mails over de dichtbundel worden élke vrijdag beantwoord.

De regels voor gedichten:

– Je gedicht heeft betrekking op het onderwerp van de bundel: het gemis van een kindje, Moederdag/Vaderdag; verbinding, liefde, herinneren, gemis, troost etc.
– Je mag maximaal 3 gedichten insturen in een word document, voorzien van je naam, adres en e-mail (in het document). Onder het gedicht mag je de naam (en eventueel de data) vermelden van het kindje aan wie het gedicht is opgedragen.
– Het gedicht is door jou zélf geschreven, in het Nederlands, en schendt geen auteursrechten. Je mag dus géén teksten van anderen gebruiken.
– Ook gedichten voor en dóór kinderen zijn welkom.
– Door in te sturen ga je akkoord met een eventuele plaatsing.
– Let op taal- en spelfouten.
– Je gedicht is niet langer dan 1 A4-tje.
– Geplaatste dichters ontvangen geen royalty’s, maar wel een lief cadeautje bij hun bestelde bundel.
– Gedichten die in aanmerking komen voor plaatsing worden binnen een week na inzending aan de dichter bekend gemaakt.
– Gedichten die niet direct in aanmerking komen voor plaatsing worden in overleg of via een dichtworkshop nogmaals bekeken en (door dichter zelf of redacteur) aangepast voor mogelijke plaatsing.
– Uit alle inzendingen worden de mooiste gekozen en geplaatst op de Facebookpagina van Kusje in de wind.
– De organisatie beslist over het al dan niet plaatsen van een gedicht.
– De doorgang van deze schrijfwedstrijd is afhankelijk van voldoende deelname.
– Gedichten kunnen worden ingestuurd tot 22 februari.
– Insturen naar kusjeindewind@gmail.com

Veel inspiratie toegewenst en liefs,

Irene

————————————————

Advertenties

De dag dat mijn hart brak

18 januari 2010

Het is op een maandag, de dag dat mijn hart breekt.

En de film, die zich telkens weer in mijn hoofd blijft afspelen, begint voor het stoplicht. Ik heb net in allerijl onze oudste dochter Sara naar school gebracht en voer een persoonlijke oorlog met de klok om op tijd bij de verloskundige te zijn. Voor een controle, een standaard check-up, meer niet.

Haar kleine broertje Bram zingt op de achterbank een liedje terwijl ik met hartkloppingen voor het rode licht sta. Dat gebeurt de laatste tijd veel te vaak, dat die klomp vlees in mijn borstkast het bloed op grote snelheid door de aderen pompt. Alsof het ding een onzichtbare race loopt tegen de tijd. Een tikkende tijdbom van stress, dat is het. Al weken rol ik ’s morgens mijn bed uit met hartkloppingen van al dat gehaast. Opstaan, aankleden, eten en in de auto springen. School, dagopvang, werk en ’s avonds weer omgekeerd. Ik heb het zo druk met al die dagelijkse bezigheden dat er geen tijd is om te reflecteren op het feit dat ik eigenlijk helemaal niet zo wil leven. Dat ik dat geen leven vind. Ondanks dat velen van ons het zo leiden…

Het rode licht is de druppel. Ik hoor de ergernis in mijn ademhaling en zie tegelijkertijd een prachtig winterzonnetje door het raam naar binnen komen. Het aait de gebouwen aan de overkant van de straat zachtjes over hun dakpannen om vervolgens mijn gezicht te verwarmen door het glas. Om het stoplicht goed te kunnen zien knijp ik met mijn ogen waarbij er gekleurde vlekken in mijn blikveld ontstaan. Enigszins verbaasd dat dit mooie verschijnsel toch plots mijn aandacht trekt, lijk ik even tot rust te komen. En dan springt het licht op groen. In het oversteken van de kruising besluit ik zoonlief maar even op sleeptouw te nemen naar de verloskundige, om nog enigszins stipt aan te komen. Het is toch een standaard controle, niks spannends aan.

Nooit had ik kunnen vermoeden dat deze dag de haast voorgoed uit mijn leven zou halen.

Omdat ik vrij laat ben mag ik direct doorlopen. Met mijn zoon op de arm wandel ik gehaast naar binnen en zet hem aan het tekentafeltje dat de verloskundige speciaal voor grote broers en zussen van ongeborenen heeft ingericht. Eigenlijk wil ik er maar snel vanaf zijn vanochtend, dan kom ik niet zo vreselijk laat aan op het werk. Want ik weet dat er op maandag altijd een enorme stapel dossiers klaarligt.

Gedachteloos plof ik op een van de stoelen neer die in de spreekkamer staan voor aanstaande ouders en beantwoord de standaard vraagjes op dezelfde manier.

“Je hebt weinig te melden dit keer,” zegt de verloskundige lachend.

Ik glimlach terug. “Tja, met de derde weet je wel ongeveer hoe het gaat hè?” Ik heb geen zin om de vermoeidheid waar ik al maanden onder gebukt ga weer aan de kaak te stellen, vanwege het hoge ik-ben-weer-aan-het-zeuren gehalte dat daarmee gepaard gaat en daarnaast is er bloedonderzoek geweest maar kon men geen oorzaak vinden.

Dan kijkt ze me serieus aan en antwoordt: “Als er toch iets is, dan mag je dat altijd zeggen.”

Ze vraagt me plaats te nemen op de bank en meet mijn bloeddruk. Die is prima. Ik kijk ondertussen de kamer rond om te zien wat kleine Bram aan het uitspoken is. Hij zit ontzettend lief te tekenen aan dat tafeltje, je zou haast vergeten dat hij erbij is. Zo gaat dat wel vaker met hem, hij gaat zo op in bezigheden dat je hem niet hoort. Hij is zo rustig en lief. Tegelijkertijd loert daar echter het gevaar dat ik hem onbedoeld te weinig aandacht zou kunnen geven. Gelukkig komt ‘ie wel altijd een knuffel halen wanneer hij daar zin in heeft.

Eigenlijk is het nu een kwestie van even snel hartje luisteren en dan weer verder met het programma voor die dag. Het is zo’n ‘even gauw tussendoor’-afspraak, die twintig weken check. Vrijdag staat ‘de grote echo’ gepland en daar gaat al mijn aandacht naartoe. Om eindelijk dat kleine frutseltje weer te zien, al is het maar op zwart-wit. Die echo is waar ik zo ontzettend naartoe leef, want die zal echt maken wat nog steeds een beetje onwerkelijk voelt, dat er een kindje in mijn buik groeit.

Die echo hebben we nooit gehaald.

Op verzoek van de verloskundige ga ik liggen en ontbloot mijn buik. Toch telkens weer met zekere gêne, want de strijdwonden van mijn vorige zwangerschappen zijn duidelijk zichtbaar. Slecht bindweefsel zit in de familie, zei iemand mij ooit. Ik weet niet meer wie, maar feit is dat ‘strak in het vel zitten’ nu voorgoed tot het verleden behoort.

De verloskundige pakt haar doptone en zet het microfoontje op mijn buik. Het is alsof er een storm door het ding raast. Een hard ruisend geluid vermengd met klotsend water, zoals je dat tegen je roeibootje aan hoort breken als je verdwaalt op de Middellandse zee. In gedachten kijk ik uit over de rand van de boot, naar de uitgestrekte wateren die nooit lijken te eindigen. Het is ondertussen dichter bij de waarheid dat onze baby is verdwaald op de grote oceaan van het bestaan, dan dat hij rondjes zwemt in mijn buik.

Plots stopt het geluid. Er is niets meer. Het is helemaal stil. Té stil. Ondertussen beweegt de doptone kris kras over de landkaart die zich aftekent op mijn buik. Ik voel mijn tenen krommen en knijp nerveus in de opgerolde trui tegen mijn ribbekast. Die halve minuut, dertig seconden die veel langer lijken te duren, is mijn kindje levend noch dood. Ze kan hem gewoon niet vinden.

En ook ditmaal hoor ik het ruisen, het ruisen van het bloed in mijn eigen aderen. Dat wat je hoort, wanneer je een schelp tegen je oor houdt. Een engte breidt zich uit naar mijn keel, paniek. Het gevoel dat ik stik, dat ik me ergens aan vast moet houden terwijl alles om mij heen wegvalt, beneemt mijn adem. Ik kijk naar haar, naar hoe ze vertwijfeld zoekt naar een hartslag. Naar hoe zij zelf ook nerveus lijkt te raken.

Ze kijkt me aan en lacht onverwachts. “Die kleine is zich aan het verstoppen, het is vast een meisje.”

In de tijd die ze nodig heeft om het echoapparaat naar de tafel toe te trekken lukt het me om even adem te halen. Al mijn hoop is gevestigd op die ene leugen, dat baby’s zich kunnen verstoppen in moeders buik. Ik wil gewoonweg niet geloven dat het mis is en dwing mezelf tot ontspannen, probeer terug te keren op aarde. ‘Adem in, adem uit. Laat de behandeltafel los en ontspan de krampachtig samengetrokken spieren in heel je lijf,’ vertel ik mezelf. Niet dat het helpt.

“Eens even kijken”, zegt de verloskundige terwijl ze mijn buik volspuit met gel, “nu kan die niet meer ontsnappen.”

Eerst het apparaat op mijn buik en daarna klikt ze het scherm pas aan.

Als mijn hart ooit stil heeft gestaan dan is dat op dit moment geweest. Want daar ligt de verstoppende baby, op de bodem van mijn baarmoeder. Opgerold tot een balletje. Als een omgekeerde zwart-wit film ligt daar onze baby afgetekend in het wit. Eng stil, maar tegelijkertijd verbazingwekkend vredig. Gebiologeerd kijk ik ernaar, niet in staat zelf te schakelen, conclusies te trekken of iets te voelen. Er is alleen maar kijken.

In eerste instantie is dat beeld vervreemdend, want baby’s horen rond te zwemmen. Dat hij of zij ligt te slapen, schiet nog even door mijn hoofd. Vooral in mijn panische poging beweging in de ledematen te signaleren, lijkt dat een vrij waarschijnlijke verklaring. Het zijn maar seconden waarin dit kijken plaatsvindt, want de verloskundige heeft het meteen gezien. En dan zie ik het zelf ook. Er is geen zwart-wit flikkerend ding te vinden in dit ongeboren kind. Het hartje klopt niet. Waar geen bloed stroomt, kan ook geen leven zijn. Vol ongeloof staar ik naar het scherm. Zonder iets te zeggen, want als het uitgesproken wordt dan is het echt waar.

“Ik zie geen hartactie meer,” verbreekt zij de stilte.


 

sneeuwDit is een fragment uit het e-book ‘Kusje in de wind‘.

 

Onmogelijke keuze – door Cindy Alaerts

twee_engelenmeisjes_-_voor-page1Ouders, schoonmoeder, vrienden, iedereen huilde met ons mee. Het zoontje van mijn vriendin vroeg me of dit zijn schuld was. Hij lustte de koek van de bakker niet en ik had die opgegeten. Nu waren de baby’tjes er ziek van geworden.

Niemand had hieraan schuld. En hoe konden wij een beslissing nemen? Mochten wij de kinderen dit aandoen? En onszelf? Ik droeg twee zieke kindjes in mijn buik. Hoe lang zou ik deze zwangerschap nog volhouden? Wetend dat ik hen binnen hun eerste drie levensjaren moest laten gaan…

Had ik mezelf ook niet altijd voorgenomen en zelfs al overlegd met mijn man dat indien er iets mis was, we de zwangerschap zouden stopzetten? Waarom viel een beslissing me nu dan zo zwaar? Mijn twee prinsesjes laten gaan… kon ik dat wel?

Binnen enkele weken was het Kerstmis. Ik kon die periode niet door met twee zieke baby’tjes in mijn buik. Ik hield zo onbeschrijfelijk veel van hen. Mocht ik kiezen of zij zouden leven of niet? Ik wilde geen moordenaar zijn.

We zijn thuis Katholiek opgevoed en moesten op zondag mee naar de kerk tot we 18 jaar werden. Abortus is taboe voor ons. Mijn ouders hadden voor mij nog een dochtertje en moesten haar laten gaan na tien maanden. Zij had een afwijking aan het 18e chromosoom en had daardoor een hartafwijking en een mentale handicap. Nog voor ze oud genoeg was om te opereren, is zij overleden. Wie het geluk heeft zwanger te zijn, zorgt voor zijn kinderen als dat enigszins mogelijk is. Dat was één van de waarden en normen die we van thuis uit meekregen, en waar ik absoluut akkoord mee ben.

Lennard was al acht jaar, bijna negen, en ik wou graag meer kinderen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om een gezond kind te laten wegnemen. Ik was in de wolken met deze zwangerschap. Als je dan zulk slecht nieuws krijgt, hoop je toch nog steeds op een klein lichtje in de duisternis, op een sprankeltje hoop dat alles goed komt. Kon met een operatie niet alles recht gezet worden, waar de natuur een foutje had gemaakt? De wetenschap was toch al ver gevorderd, misschien konden we geholpen worden? Maar de specialisten in universitair ziekenhuis waren duidelijk: dit kwam niet goed. Nooit…

Uren, dagen hebben we gepraat. We hadden elkaar beloofd dat indien er iets mis zou zijn, we de zwangerschap zouden stopzetten. Zoals ik op het kaartje schreef, dat ik maakte voor de geboorte van de meisjes: “Ook al was de beslissing moeilijk, als er geen eerlijke kans is, geen menswaardig bestaan, zei iets in me dat we onze tweeling moesten laten gaan.”

Ik ben lang boos geweest omdat ik zo’n moeilijke keuze moest maken. Mijn emoties waren net een rollercoaster. Maar ik vond toen, en nu nog steeds, dat je je kinderen een leven als een plant niet mag aandoen, omdat je hen niet wil laten gaan.

Op 19 december, in de eerste winterkou, gingen we naar het ziekenhuis. We kregen een kamer beneden, in het bevallingskwartier. Maar wel een beetje aan de zijkant. Toch hoorde ik de andere vrouwen bevallen en de baby’s huilen. Ik probeerde me hiervoor af te sluiten, het niet te horen. Maar dat lukte me niet. Het deed me pijn, ik werd misselijk van verdriet als ik een mama hoorde huilen van blijdschap als ze bevallen was. Mijn maag draaide zich om als een kersvers geboren baby’tje schreeuwend de wereld aanschouwde en ik wist dat mijn baby’tjes straks niet zouden huilen.

 

lieverbijmij_cover_3dCindy (Babbe) schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

Lieveheersbeestje

Aangezien het bijna Kerst is én deze week het e-book van Kusje in de wind verschenen is, deel ik vandaag graag een stukje over Kerstmis zonder, en toch ook mét, Lieve* op het vrijdagblog ❤

Kerstavond 2011

“Waarom kijk je zo verdrietig mama?” Fluistert Sara zachtjes in mijn oor. Ondertussen staat ze te draaien op haar nieuwe schoenen, balancerend op het voetenbankje in de kerk. Het schijnsel van de vele lampjes laat haar ogen mooi glinsteren in het donker. Met haar ene hand hangt ze aan de houten rugleuning van de bank voor ons en ondertussen laat ze haar bovenlichaam zo ver mogelijk naar voren vallen. Als ze een van haar benen de lucht in zou gooien was het net een ballerina. Ik voel haar lange, losse haren kriebelen in mijn nek. Terwijl ze praat blaast ze zachtjes in mijn oor. “Ik mis Lieve* altijd een beetje meer dan anders met kerst,” antwoord ik eerlijk.

Sara’s ogen lichten op. “O ja, Lieve*,” zegt ze vrolijk. “Die was ik bijna vergeten!” Ik leg mijn wijsvinger tegen mijn lippen en zeg “sst”, om Sara’s steeds harder wordende stem te dempen. “Maar nu weet ik het weer hoor,” vertrouwt ze me toe. Dan draait ze zich om en zet een paar stappen richting opa en oma die verderop een plekje hebben. “Het was een jongetje, toch?” Wil Sara nog weten voordat ze verder loopt. Ze kijkt even achterom en giechelt er een beetje bij, wetende dat haar vraag eigenlijk overbodig is. Ik knik instemmend en besteed er verder geen aandacht aan. Misschien doet Sara dat wel om te bewijzen dat ze het echt nog weet. Alsof ik daaraan twijfel.

Ik vraag me af of ik het haar kan uitleggen. Hoe je iemand die er niet meer is, juist meer mist op momenten dat diegene heel dichtbij is. Er zijn dagen dat je die persoon bijna kunt zien. Met kerst, een verjaardag of andere bijzondere momenten. Wanneer je eigenlijk met zijn allen bij elkaar hoort te zijn. Als gezin. Of familie. Vrienden. Je mist je kind, broer of zus, ouders, vriend of grootouders. Het is als een spiegeling in de ruiten. Een vage schim op de muur. Je weet dat diegene bij je is. En hoe meer je die aanwezigheid voelt, des te groter wordt het verlangen die persoon vast te pakken, aan te raken of maar gewoon even met hem te praten. Hoe groter het gemis.

Later die avond zijn we gezellig samen met familie. Bijna compleet als gezin. Op eentje na dan. Bram is doodmoe en hangt wat rond. Gaat knuffelen met iedereen die hem oppakt. Sara zit op de praatstoel en mengt zich in ieder gesprek. Net als haar vader heeft ze overal wel een mening over ongeacht het onderwerp. Ze zou gerust tot elf uur blijven kletsen, als wij dat goed vonden. En Sofie? Die ligt lekker te slapen in de wagen op de gang. Uitgeput van de kindermis op kerstavond en het vieren van haar verjaardag. Om te voorkomen dat we de gehele kerst verwend worden door chagrijnige kinderen die te laat naar bed zijn gegaan, pakken we rond een uur of negen de spullen bij elkaar.

Plichtsgetrouw drink ik het laatste restje appelsap uit de bekertjes. Zonde om maar gewoon te laten staan. En terwijl ik dat doe, zie ik hem opeens zitten. Aan de rand van Sara’s drankje. Rood met zwarte stippen. Een heel klein lieveheersbeestje. Zomaar op kerstavond. Ik zie het als een bezoekje. Toch allemaal samen met kerst.

Dag lieve Lieke – door Marleen

Lieke* wordt op mijn buik gelegd. Ik aai haar en zie hoe ontzettend bleek haar huidje is. vlinder_met_wolken_-_voor-page1 Voor ik doorheb dat er iets niet goed is, wordt haar navelstreng door de gynaecoloog doorgeknipt en rent hij met onze meid naar de kamer naast ons. Peter moet, van de gynaecoloog, mee. Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik lig paniekerig, bezorgd en vooral alleen in de ziekenhuiskamer. Met mijn benen nog in de beugels; bloedend omdat ik ben uitgescheurd.

Peter is weer heel snel bij mij. Huilend. Het gaat niet goed met Lieke*. Hij wil me niet vertellen wat er aan de hand is. Ik roep dat hij bij ons meisje moet blijven! Hij kan het niet. Hij kan niet aanzien wat er allemaal gebeurt met Lieke*. De schrik slaat me om het hart. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar weet dat het niet goed gaat. Ik houd Peter vast, alsof hij mijn laatste houvast is in het hier en nu. Ik houd Peter vast alsof hij kan voorkomen dat ik in het gat val wat zich onder ons vormt.

Een verpleegkundige loopt weer naar binnen. In paniek vraag ik hoe het met Lieke* gaat. Direct na haar geboorte zijn ze begonnen met een hartmassage omdat ze haar hartslag niet konden vinden. Binnen een minuut lag Lieke* aan de beademing en allerlei apparatuur om haar hartslag en bloeddruk in de gaten te kunnen houden. Onze meid kan niet zelfstandig ademen.

De verpleegkundige gaat ondertussen met mij aan de slag. De navelstreng en de placenta moeten nog geboren worden. Hierna word ik gehecht. De katheter wordt eruit gehaald. De verloskundige komt binnenlopen en meldt dat Lieke* naar de kinderafdeling wordt gebracht. Ze ademt inmiddels zelfstandig. Ik krijg hoop. Peter gaat weer naar haar toe terwijl de verpleegkundige mij onder de douche zet.

Ineens staat Peter weer voor mijn neus. Hij is bij ons meisje weggestuurd door de kinderartsen en verpleegkundigen. Het gaat niet goed met Lieke*. Haar bloeddruk daalt steeds verder en ze moet opnieuw aan de beademing. Ik kijk de verpleegkundige paniekerig aan en vraag haar om te gaan informeren wat er aan de hand is. Ik kleed mezelf wel aan. De verpleegkundige komt terug. Ze zet me in een rolstoel en zegt vastberaden: “Jullie gaan nú naar haar toe.”

Na een klein ritje over de gang ben ik eindelijk bij onze mooie meid Lieke*. Ze ligt op een speciaal bedje. Met slangetjes, buisjes en prikjes overal in haar lijf. Onder een warmtelamp. Uit alle apparaten komen piepjes en geluidjes. Ze ademt niet zelfstandig en ziet bijna wit. Lieke* kan haar bloeddruk niet op pijl houden. Ze krijgt dopamine en vloeistof in haar aderen gepompt, maar het slaat niet aan. Het lukt de artsen maar niet om ervoor te zorgen dat haar bloeddruk omhoog gaat. De kinderarts belt met het academisch ziekenhuis. Lieke* moet overgeplaatst worden naar een ziekenhuis waar een neonatologie afdeling is.

Gelukkig mogen we bij haar blijven voordat ze wordt overgeplaatst. Ik pak haar handje vast en dirigeer Peter naar de andere kant voor haar andere handje. De medicijnen worden opgevoerd en ineens voel ik dat ze me knijpt! Lieke* knijpt in mijn vinger! Zie je wel, alles komt vast goed!

De babyambulance arriveert. Lieke* wordt overgeplaatst naar een speciale couveuse waarin ze vervoerd kan worden. De verpleegkundige roept: “Geef haar een kus!” Braaf doe ik wat me gezegd wordt. Lieke* opent haar mooie grote donkere ogen en kijkt me recht aan. Mijn mooie meisje!

Peter en ik moeten wachten… We mogen niet zelf rijden. Een ambulance moet ons vervoeren. Géén spoed, wordt ons medegedeeld, zolang ons meisje stabiel is. Dus het kan wel even duren. We hangen in het ziekenhuis, rusteloos en ongerust voor de televisie. Onze emoties wisselen zich af, van hoopvol naar bezorgd. Van een flauwe grap naar een huilbui. Na een uur, waarbij elke minuut een eeuwigheid lijkt te duren, kunnen we mee. Ik moet op de brancard en word vastgebonden met riemen. ‘Wat een onzin,’ denk ik nog… We vertrekken. Op naar het academisch ziekenhuis, naar ons kleine meisje.

We zijn Purmerend nog niet uit of de ambulancebroeders krijgen een telefoontje. De schrik slaat me om het hart. Dit is niet goed. Een van de ambulancebroeders draait zich om en zegt: “De toeters en bellen moeten aan zodat we er snel zijn.” Ik reageer nog: “Het is niet goed hè?” maar hij mag niks zeggen. Peter en ik kijken elkaar aan. We weten genoeg. We vechten tegen de tranen en alsnog, tegen beter weten in, probeer ik positief te blijven. Het moet goed komen!

Nog nooit ben ik zo snel verplaatst van de ene locatie naar de andere. De ambulance rijdt het ziekenhuis in en we worden bijna hollend naar de afdeling neonatologie gebracht. De riemen van de brancard worden losgemaakt (dit kost onnodig tijd, schiet op!). Peter en ik worden naar binnen geduwd, op een stoel gezet en krijgen direct Lieke* in onze armen. Ik zie aan Lieke* dat ze op is, dat de strijd is gestreden. Ik zeg tegen mijn meisje: “Het is goed zo, ga maar lekker slapen.” En weg is ze. Onze mooie meid Lieke* is niet meer bij ons, niet meer op aarde, niet meer in onze wereld. Lieke* is overleden op 13 december 2014 om vijf over half vier.

 

 

lieverbijmij_cover_3dMarleen schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

Een tastbaar stukje liefde – door Melanie Frissen

22554841_10210416713599083_2293681108933910536_nDonderdag 17 oktober 2013, zwanger van ons eerste kindje, een dochtertje. Ons wondertje, want een zwangerschap was al jaren eerder uitgesloten bij mij. Morgen zouden we op controle gaan.
Ik verheugde me maar was ook nerveus, want ik voelde haar zo slecht deze week.
En dat onderbuikgevoel dat me de hele zwangerschap al achtervolgd had… Iedereen wuifde het weg. Het was vast omdat ze zo een wonder was dat ik het niet durfde te geloven.

Ik hoopte dat ze gelijk hadden, ik hoopte het zo.

De ochtend van de 18e oktober. Opeens was ik niet nerveus meer, de zon scheen en voor de allereerste keer in al die weken ging ik de deur uit voor een controle met een goed gevoel.
De eerste keer dat ik genietend op pad ging, wetende dat we ons meisje zouden horen of misschien zelfs even zien. De eerste keer dat ik eens niet dacht: ‘Wat als nu haar hartje gestopt is’.

Op het moment dat de beelden verschenen heb ik even, ik denk onbewust, gedacht: ‘Wat ligt ze raar’. De gynaecoloog ging met de echo van haar hoofd naar haar romp en zei niks. Stilte, bij hem, bij de assistent, stilte in mijn buik, een oorverdovende stilte.
Nu achteraf heb ik vaak nachtmerries en dan droom ik over dat moment. Dan denk ik wat ik toen ook dacht, maar niet durfde toe te laten. De gedachte: ‘Ze is stil, ze beweegt niet, ze is…’

Ons meisje was overleden, haar hartje was gestopt. Het was stil… zó stil.
Ik kan het niet beschrijven, met geen woord, geen emoties, op geen enkele manier; wat er door me heen ging. Een pijn die onbeschrijfelijk is. Nog steeds snijden de herinneringen van dat moment door mijn hart. Ik had altijd de angst dat dit op een dag zou gaan gebeuren.
Een zieke film, een nachtmerrie, de gedachte: ‘Dit gebeurt niet echt.’
‘Morgen sta ik op en dan is deze nachtmerrie voorbij….’

24 oktober 2013. Om 9.32 uur is na een lange bevalling onze dochter Evy* geboren. Het was stil en het bleef stil. Maar toch herinner ik me dat ene kleine moment als een van de mooiste uit mijn leven.

Want hoe stil het ook was en hoe anders het had moeten zijn, op het moment van haar geboorte was er liefde en trots. Ik kon niet stoppen met naar haar te kijken. Ik hoorde niemand meer, behalve haar papa die zachtjes huilde en zei dat ze perfect was en zo mooi.
Alle pijn, alle verdriet, waren heel even weg.
Er was geen verdriet, er was trots en blijdschap over het prachtig mooie meisje dat wij in onze armen hadden.
Ik vergeet dat moment nooit meer en ben haar er eeuwig dankbaar voor. Op dat moment, om 9.32 uur, maakte ze me mama. Ze maakte me de gelukkigste vrouw ter wereld, omdat ze me het geschenk had gegeven haar op de wereld te mogen zetten en te mogen zien. Ik was mama geworden en mijn man papa. Wij hadden een dochter.
Geen moment realiseerde ik me dat ze niet leefde, dat hoefde even niet. Dit was ons moment, van haar, haar liefste papa en mij.

Na het verlies van ons meisje wilde ik iets doen om ook anderen te steunen in hun 22548971_1555602714497526_8110143304051281738_overlies en verdriet. Ik bleef de drang voelen om voor Evy* te kunnen zorgen. Ook na de geboorte van onze regenboog zoon Noah (wellicht zelfs daarna nog meer). Ik weet hoe moeilijk ik het vind om amper foto’s te hebben. Nooit zullen er nieuwe foto’s komen, geen nieuwe herinneringen. Ik weet hoe belangrijk wij het vinden dat ze gezien wordt als deel van ons gezin, hoe fijn we het vinden haar naam te horen en hoe fijn het voelt als mensen haar geboortedag herinneren. Vanuit die gedachte ben ik gestart met het maken van illustraties. Illustraties die heel persoonlijk zijn.
Een herinnering, een tastbaar stukje liefde van gemiste kindjes. Een fantasie tekening, in een wereld, mooier dan hier, omringd met liefde. Krachtig, maar ook lieftallig en altijd gemaakt met alle liefde.
Het gevoel dat ik erin wil leggen is het gevoel dat ik zelf ook zo graag probeer vast te houden. Het gevoel dat we hadden op het moment van onze dochter haar geboorte. Een zo klein en kort moment waar de stilte, de pijn, even op de achtergrond waren en liefde en trots overheersten.
Dat gevoel hield en houdt mij staande. Het inspireerde me, de trots voor ons eerste kindje, om illustraties te maken die dat gevoel bij ouders kunnen oproepen.
Warmte, geborgenheid, maar vooral trots en liefde.

Tijdens het illustreren zorg ik voor mijn dochter Evy* en zorg ik voor anderen.
Ik ben enorm dankbaar dat zij me dit heeft gebracht en dat ik uit het grootste verdriet iets moois mag creëren. Naast deze persoonlijke op maat gemaakte aquarel illustraties is er nu ook een wenskaarten lijn, speciaal voor na overlijden en bij herinneringsdagen van overleden kindjes.

19264708_1445410238850108_107013125565027980_oDe naam Star & Rainbow is dan ook opgedragen aan de twee meest dierbare kostbaarheden in mijn leven, en mijn inspiratie: mijn dochter Evy* (Star) en mijn zoon Noah (Rainbow). Mijn sterrretje en mijn regenboog!

 

Wolkenschool

banner-wp-s.jpg“Mama, wat doen engeltjes zoal in de hemel?” Al starend naar de blauwe lucht stelt mijn dochter deze vraag. Het waait redelijk hard. Korte plukken haar komen los uit Sara’s dunne vlechtjes en dansen over haar gezichtje. Samen kijken we hoe de wensballon, die wij voor Lieve hebben losgelaten, langzaam verdwijnt. “Die gaan naar de wolkenschool,” zeg ik dan.

Als onze gele wensballon nog maar een klein zwart stipje in de hemel is, geeft de wind er een flinke ruk aan. Dit gaat niet onopgemerkt voorbij aan de kinderen, Sara schrikt er zelfs een beetje van. “Huh, wat gebeurt en nu?” Haar blik verlaat even dat stipje in de lucht en ze kijkt me verbaasd aan. Ik knipper een paar keer om mijn eigen vochtige ogen te verbergen voordat ik haar aankijk. Dan antwoord ik “Oh, dat is de engeltjespostbode. Die brengt de ballon naar Lieve.” Sara is weer gerustgesteld. Ze heeft zich namelijk ontzettend veel moeite gedaan om de prachtige teksten van familie en vrienden die op deze ballon staan, aan te vullen met haar eigen naam en tekening. Een echte brief voor Lieve. Die moet wel aankomen natuurlijk. Het postbode-idee spreekt Bram ook wel aan. “Ja,” zegt hij dan, “Die weet waar Lieve woont.” Hij zegt dat tegen Sara, niet tegen mij. Alsof hij haar wel even uitlegt hoe het zit. Zijn vinger wijst de lucht in en maakt een vloeiende beweging naar rechts. Zo van…In die straat van de hemel is het huisje van Lieve.

Bram’s voetjes schuifelen lichtjes over het gras van het strooiveld. Hij kijkt er een beetje bedenkelijk naar. Dat grijzige poeder vindt ‘ie wel interessant. Ik vraag me af of ik hem nu moet zeggen dat hij niet door dode mensen mag trappen. Zelf vind ik het maar luguber, maar de kinderen trekken zich er niets van aan. Dat sterkt mijn idee dat er van die verbrandde lichamen geen energie meer achterblijft. Het is alleen maar as. Kinderen zijn wel de eersten die zoiets opmerken.

Als de wensballon verdwenen is lopen we langzaam terug richting auto. Hoewel het net nog zo waaide lijkt het nu windstil. Het is ijzig koud, echt nog winter. Maar door het zonnetje en de bloemen die overal verspreid liggen lijkt het toch een beetje lente. Samen genieten we van de zon op ons gezicht.

“Wat doen engeltjes nog meer de hele dag?” Vraagt Saar. Ze huppelt er een beetje bij. “Wolkenspringen!” Zeg ik dan. “Oh, en doen ze ook verstoppertje?” “Maar natuurlijk, en luchtzwemmen, vleugeltikkertje en een middagslaapje.” Sara kan er wel om lachen. “Heeft Lieve ook vleugels?” “Nou ik weet het niet, misschien kleintjes. Hij zal wel eerst vliegles krijgen,” leg ik uit. Ik zie het al helemaal voor me. Samen maken we het moeilijke toch dragelijk. En engeltjes hebben het maar druk hoor, in de hemel.

 

Wolkenschool is een fragment uit het boek Kusje in de wind, dat in december opnieuw Kaft 2b zonder snijrandbverschijnt als e-book. De nieuwe versie bestaat uit drie delen, Kusje in de wind (het verhaal van Lieve), Kindje in mijn hart (gedichten), en Zes kleine voetjes (anekdotes over het leven van een gezin met een wolkenkindje in hun midden). Wil je op de hoogte blijven van de uitgave, stuur dan even een mailtje naar kusjeindewind@gmail.com

PS. Wil je een keer meeschrijven op het vrijdagblog? Stuur je tekst dan in naar kusjeindewind@gmail.com

 

Uit het dagboek van mama – door Hannelore Waeles

ono en hanneloreDinsdag 25 maart 2008

Wat duurt wachten lang! Het is zo dubbel. Enerzijds wil ik jou niet loslaten, nooit bevallen, dan is er geen probleem. Anderzijds wil ik uit die onzekerheid. Weten of je zal overleven!? Ik wil verder met het leven.

Woensdag 7 mei 2008

Dag Vlindertje, als het goed is, dan breng jij over een weekje jouw laatste uurtjes door op je veilige plekje in mama’s buik. Jouw geboorte staat al gepland in de overvolle agenda van het universitair ziekenhuis. Het ganse team weet dat het op 14 mei klaar moet zijn voor jouw komst op de wereld! Wat is het spannend! Soms denk ik dat je toch eerder zal komen. Ik weet niet waarom. Gisteren was je weer minder actief, vandaag heb ik je nog amper gevoeld… Weliswaar is het nog maar negen uur, maar toch. Het had me gerustgesteld indien ik al een schopje van je kreeg. De dagen ervoor was je duidelijk aanwezig en dat was volop genieten!
Buiten is het heerlijk zomerweer. Ook dat is genieten! Het lijkt wel vakantie en toch zit binnen in mij onrust. ’t Wordt lastig, die continue spanning in m’n lijf, in m’n hoofd. Nu ga ik echt verlangen naar het moment dat je er bent, maar dan voel ik me zo schuldig om dat verlangen. Pas na je geboorte zullen we weten of je longen goed genoeg ontwikkeld zijn om te overleven of om te opereren… Pas na je geboorte zal de medische mallemolen écht beginnen voor jou. Dubbel gevoel. Dipdag.

Vrijdag 9 mei 2008

M’n Vlinderkind, wat zie ik je toch graag! Wat kijk ik ernaar uit om je te knuffelen en te kussen en heel zacht te omarmen! Maar wanneer zal dat zijn? Het leven is zo onzeker. Het maakt me bang. Misschien zit ik hier over een weekje alweer te schrijven met een lege buik.
Ik hoop zo dat je bij ons mag blijven! Je bent zo welkom! Wat zouden we doen zonder jou? Wat zou alles plots leeg zijn. Stil en kil, hoewel het volop aan het zomeren is… 28°C.
Gisteren opnieuw op controle geweest. Je doet je best. Het stelt me gerust. Nog vijf keer slapen.

Dinsdag 13 mei 2008

We zijn weer thuis. Met jou. Maar het was geen thuiskomen met een dood kind. Verschrikkelijk. Er zijn geen woorden voor.
Moederdag begon zo mooi. Heerlijk ontwaken met grote broer in bed terwijl papa om broodjes was. Buiten ontbijten met een versje van Ilo en cadeautjes voor mama. We genoten van de ochtendzon, maar voor ons scheen de zon slechts tot een uur of twee…
Het was rond tien uur toen ik dacht dat ik je nog niet zoveel had voelen bewegen. Niet sinds ’s morgens vroeg toen ik opgestaan was voor een routinetoiletbezoekje. Wel ben ik er zeker van dat ik je voor dag en dauw nog heb voelen bewegen, want altijd als ik wakker werd had ik de gewoonte om te wachten met terug inslapen tot je even een teken van leven gaf. Zo ook die nacht.
Het was een gemoedelijke Moederdagmorgen, dus mama wou zich niet teveel zorgen maken. Tegen de middag drong het door dat ik echt nog geen schopje gekregen had. De zorgen borrelden op, maar goed, je had ons al zo vaak doen schrikken door minder te bewegen. Ik besloot te wachten tot twee uur om zelf even naar de harttonen te luisteren. Je zou wel gauw wakker worden…
Twee uur ‘s middags: na lang zoeken, geen harttonen te horen. We besloten om over een uurtje nog eens te luisteren, maar stiekem wist mijn ‘vroedvrouwenverstand’ al wat mijn moederhart niet wou weten.
Drie uur: geen harttonen. Er was geen paniek, enkel het besef dat het écht niet goed was. We trokken richting ziekenhuis, maar eerst moesten we Ilo nog bij oma en opa brengen. Oma had heerlijke taart voor de ‘feestdag’ en ik kon het niet over mijn hart krijgen om geen taart te eten voor Moederdag. Het was feest voor de moeders, dus ook voor haar en mij. De taart smaakte me eigenlijk wel, maar papa had er geen zin in. Hij liep wat te ijsberen in de keuken en maande aan om te vertrekken. Maar hoe langer ik het kon uitstellen om het verdict te horen, hoe veiliger me dat leek. We namen nog even de tijd voor dé verrassing voor oma: “Wil je meter worden!?” “Ja zeker,” antwoordde ze trots, en angstvallig hoopte ik dat ze écht meter zou kunnen worden.
De rit naar het ziekenhuis verliep in stilte. Vrezend voor wat komen zou, zaten we verweesd naast elkaar. Onderweg belde mama de gynaecoloog dat we in aantocht waren. Ook zij wist wellicht al welk echobeeld ze kon verwachten…
Ik kan me het beeld niet meer goed voorstellen, evenmin de woorden of de blikken. Ik weet niet veel meer van het moment dat de wereld stil stond, dat we het vreselijke verdict te horen kregen waar we al enkele uren voor aan het vluchten waren.
Mors in utero. Dood in de moederschoot. Dat scenario hadden we niet voorzien. Er was geen mega gemedicaliseerde bevalling meer nodig. Er moest helemaal niet getwijfeld worden over al dan niet opereren. Er is nu geen maandenlange couveusestrijd. Geen sondes, slangen of prikjes. Er is enkel de dood. En ongeloof.
Ongeloof. Hoe kon dat? Amper drie dagen voor de dag van de geplande inleiding in het universitair ziekenhuis? Moesten we hem eerder geboren laten worden? Had hij geen tekens genoeg gegeven dat het daarbinnen toch niet optimaal was? Verdomme toch, amper drie dagen…

Dinsdag 20 mei 2008

Ik wil schrijven om niet te vergeten, maar ik weet niet wat. Het is zo leeg in mij. Er zit niets in mij. Zelfs geen woorden. Soms doen we gewoon. Vandaag naar de winkel geweest. Kleren kopen voor papa en Ilo. Toch even naar de babykleertjes gekeken. Kan het niet laten. Lijkt me ook nutteloos het te ontwijken. Word er nog steeds door aangetrokken… liever_bij_mij_cover_def-page-001Naar de boekenwinkel geweest. Amper een boek over rouw te vinden. Triest.

Hannelore Waeles schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’, dit is een deel van haar verhaal. Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

IMG_20150603_182019

 

Hannelore is tevens de auteur van het prachtige prentenboek boek ‘Ono, een bijzonder broertje’.

 

 

 

Een nieuwe herinnering – door Myrthe te Winkel

In 2015 schreef ik mee aan “Liever bij mij…” over mijn dochtertjes Sophie* en Nova*. Ten tijde van de boekpresentatie op Wereldlichtjesdag groeide er een derde wondertje in mijn buik waarvan alleen mijn man en ik van het bestaan wisten.
Dat derde wondertje liet na jaren van verdriet met haar geboorte aan ons zien hoe mooi het leven ook kan zijn.

Mijn man sluipt samen met onze 14 maanden oude dochter Beau de slaapkamer uit. Ik voel een licht briesje. We zijn op Ibiza, vakantie vieren. Het zonnetje schijnt naar binnen. Net zoals het drie jaar geleden de verloskamer in scheen.
Vandaag is haar dag. Vandaag is het drie jaar geleden dat we ons eerste meisje in stilte verwelkomden.
Al een aantal dagen hik ik tegen deze dag aan, maar ik vertel mezelf dat deze dag net zo snel voorbij gaat als alle andere dagen.

Ieder jaar vind ik het fijn om in de ochtend eventjes alleen in bed te blijven liggen om haar geboorte tot in detail te herinneren.
Tranen biggelen over mijn wangen.
Het is niet alsof ik haar vandaag meer mis dan gisteren of morgen. Het is niet alsof ze vandaag op de voorgrond staat en morgen weer naar de achtergrond verdwijnt. Ze is er namelijk altijd. Ze staat op mijn nachtkastje, er hangt een gedichtje in haar naam op Beau’s kamertje en samen met haar wolkenzusje Nova* heeft ze een mooi plekje centraal in onze woonkamer.

Drie jaar geleden. Je kunt zeggen dat het pas drie jaar geleden is of dat het al drie jaar geleden is. Tijd. Het was na haar geboorte mijn grootste vijand. En dat blijkt niet te veranderen. Met een dreumes gaat de tijd ontzettend snel.
En dat is juist de enige factor die met het verstrijken van de jaren zorgt voor verandering. Het gemis blijft, de liefde is oneindig, de tranen van verdriet en de glimlach van trots zijn er, altijd. Maar door het verstrijken van de tijd voelt het alsof we steeds verder van elkaar verwijderd raken. Zeven uur en zesentwintig minuten hadden we samen met onze Sophie*. Daar komt nooit meer een minuut bij, nooit meer een nieuwe herinnering. En dat blijft op dagen als deze onverdraagbaar.
Ik raap mezelf bij elkaar en loop, nog snikkend, de slaapkamer uit, waar twee prachtige grote blauwe ogen me aankijken en ik meteen word overladen met natte kusjes.

Doordat we op vakantie zijn zullen we vandaag moeten improviseren en zal de dag er anders uitzien dan normaal. Dit jaar geen eigen gemaakt taartje en geen ballonnen.
We bestellen na het eten een stukje cake en prikken daar een kaarsje met een drie op. Het gezin aan het tafeltje naast ons vraagt wat we te vieren hebben. Trots vertellen we over onze Sophie*. Wat een cadeautje om zo ver van huis, zo ver van onze dierbaren over ons meisje te mogen vertellen. Ze bieden aan om ons drietjes op de foto te zetten terwijl wij het kaarsje uitblazen. Ze zijn zichtbaar ontroerd.
20171004_204045[23723]De zon verdwijnt langzaam in zee en de maan verschijnt. Het is op één dag na volle maan. We zoeken een mooi plekje aan het water om het kaarsje in het windlichtje aan te steken. Zo sluiten we haar dag af. En dan betrap ik mezelf erop dat ondanks dat Sophie* niet in ons midden is, we toch een nieuwe mooie herinnering hebben gemaakt met haar erbij. ♡

 

liever_bij_mij_cover_def-page-001

Myrthe te Winkel schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

 

Faye Lynn, nieuw geluk en Het Sprookje van de Dood.

22407379_10155759350557964_586056838_nInmiddels is het bijna tweeënhalf jaar geleden dat mijn wereld op zijn kop stond. Op 30 mei 2015 verloren ik en mijn vriend Richard ons eerste kind, onze dochter Faye Lynn. Soms verbaast het mij dat het “alweer” 2,5 jaar geleden is. Het jaagt mij soms angst aan, alsof de tijd die er verstreken is ook een waardeoordeel met zich meedraagt. Namelijk dat je niet meer zo verdrietig mag zijn en de pijn toch wel minder moet zijn geworden of over moet zijn. Dit oordeel vel ik niet over mijzelf, maar ik merk helaas dat anderen dit wel dikwijls zo bedoelen. Niet zelden hoor ik dat het ‘gelukkig al een hele tijd geleden is’. Iets wat voor mij absoluut niet zo voelt, en al gezegd werd na pak ‘m beet 3 weken. Alsof rouwen vooral niet te lang mag duren en je maar gauw dat spreekwoordelijke plekje moet vinden waardoor je weer vrolijk verder kunt leven. Soms voelt het zelfs alsof het verstrijken van de tijd mij verder van haar doet verwijderen, het jaagt mij angst aan dat ik haar dus al zo lang kwijt ben; al voelt Faye nooit helemaal verloren en zal ze altijd met ons verbonden zijn. Die tweeënhalf jaar voelen voor mij als net een jaartje terug. Hoe lang mag je dan rouwen? Een maand? Een halfjaar? De waarheid is dat rouwen om je kind nooit op zal houden, het is de prijs die je voor immense liefde betaald.

Faye werd geboren met een zwangerschap van officieel 23 weken en 6 dagen. Al wekenlang had ik rare klachten die voor mij niet goed voelden. Een stemmetje binnenin vertelde dat dit niet goed was, maar als naïeve, jonge zwangere liet ik mij geruststellen door de verloskundige. Ik liet mij vertellen dat het bandenpijn was en ging gewoon door met fulltime werken. Uiteindelijk verloor ik ‘s ochtends met exact 23 weken iets wat mijn slijmprop moet zijn geweest en werd ik wakker met een hoop bloedverlies en krampen. Ik belde de verloskundigenpraktijk en volgens haar kon ik gewoon gaan werken. Vervolgens belde ik ook mijn moeder en viel ik flink tegen haar uit dat de professionals het echt wel beter wisten dan zij, nadat ze me zei dat ik niet moest gaan werken. Ik ging gewoon een middagje werken en ‘s middags zou ik langs de dokter gaan en mij voor de 100ste keer laten testen op blaasontsteking en daarna naar de verloskundige gaan. Op mijn werk werd het bloedverlies steeds heviger en de krampen ook. Tot 3x toe bel ik de praktijk en word ik geïrriteerd te woord gestaan dat ze het druk hebben en ik niet steeds moet bellen. Faye beweegt vrolijk in mijn buik.

Uiteindelijk word ik die middag na zwaar aandringen van mijn moeder inwendig onderzocht en krijg ik een afspraak bij de gynaecoloog over twee weken. Als ik daar naar de wc ga en vervolgens weer een plas bloed verlies moet ik toch meteen naar het ziekenhuis. Daar aangekomen spreekt de dienstdoende arts het doodvonnis uit: “U bent aan het bevallen en de baby gaat dit niet overleven.” Wat volgt is een verschrikkelijke week, gevuld met weeën, hoop en angst. Ik beviel die dag niet, ik vocht als een leeuwin en hield het op pure wilskracht zonder weeënremmers 6 dagen vol. Juist de dag dat ik vervoerd zou worden naar een academisch ziekenhuis waar ik longrijpingsinjecties zou krijgen braken mijn vliezen en stierf onze dochter Faye 40 minuten na haar geboorte in mijn armen, in het bijzijn van mijn ouders, schoonouders, zusje en tante. Ze was perfect en prachtig. Ze leek precies op mijn vriend en had een hoop prachtige krulletjes in haar haartjes en lange, zwarte wimpers. Ze hadden ons bang gemaakt dat Faye op een alien zou lijken, met een doorzichtige huid en kaal. Niets van dit alles was waar. De liefde en trots vermengd met onbeschrijfelijk verdriet zal ik nooit vergeten. Wij waren ouders geworden en dit zou niemand ons afpakken.
Ik bleek een infectie in mijn placenta te hebben en Faye werd op de echo’s veel lichter en kleiner geschat dan ze bleek te zijn, waardoor de twijfels over haar werkelijke leeftijd blijven bestaan.

Inmiddels hebben wij een gezonde dochter gekregen van nu 15 maanden. Kate leek vooral als baby heel erg op haar zusje en geeft haar foto’s elke dag een kusje. Het geluk in ons leven is vooral dat we haar hebben om voor te mogen zorgen, al zullen we altijd een kindje missen. Het is lang niet altijd makkelijk om door te leven met dit verlies, maar we zullen wel moeten, zoals zoveel lotgenoten.
Na het verlies van Faye heb ik veel steun gevonden aan lotgenotencontact. Een lief gezin waarvan de mama een collega van mijn vriend is, zijn inmiddels vrienden geworden. Ook online heb ik veel herkenning gevonden.

Vorig jaar toen ik hoogzwanger was van mijn regenboogbaby, hoorde ik van twee lotgenoten via een pagina op Facebook dat er audities kwamen voor de verfilming van een bijzonder boek, namelijk het Sprookje van de Dood van Marie-Claire van der Bruggen. Zonder verder na te denken besloot ik een mail te sturen en mocht ik na mijn bevalling auditie komen doen. Marie-Claire mailde mij dat ze een goed gevoel over mijn nog te volgen auditie had en eigenlijk had ik precies hetzelfde. Het was een onverklaarbaar gevoel, misschien wel een weten dat ik bij dit team zou gaan horen. Ik werd gecast voor de hoofdrol van het Zieltje en zo kwam er van alles samen. Mijn achtergrond als actrice, mijn eigen, diepe rauwe rouw en verbinding met het onderwerp, mijn spiritualiteit en de troost die ik zocht. Ik heb Marie-Claire leren kennen als een oprechte, warme en liefdevolle vrouw en ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde. Ik geloof dat onze allerliefste kindjes altijd bij ons zullen horen. Dat we ze niet op aarde mogen zien opgroeien blijft wel heel pijnlijk. Ik zou er alles voor over hebben om haar hier in mijn armen te mogen houden, maar dat er echt meer bestaat, daar heeft Marie-Claire mij door haar visie en boeken wel van overtuigd. Ik geloof met heel mijn hart dat deze film iets toe te voegen heeft, dat het steun, inzicht en liefde kan brengen bij iedereen, maar voor mij in het bijzonder, voor de mensen die dit nodig hebben. Het lijkt nu misschien of ik schaamteloos reclame maak, maar omdat ik er zo’n oprechte verbinding mee voel, wil ik het graag onder jullie aandacht brengen. Omdat er geld nodig is om deze bijzondere film te maken, is er een crowdfundingsactie gestart. Mocht je een donatie willen doen, dan kan dit via https://cinecrowd.com/nl/het-sprookje-van-de-dood-de-film

Zouden jullie ook de Facebook pagina willen liken? De pagina is te vinden onder Het Sprookje van de Dood – de film.

Er is 1 zieltje dat ik altijd in mijn hoofd en hart heb bij het maken van deze film en dat is mijn lieve dochtertje Faye Lynn.

Mama zal altijd van je houden.
Bedankt schat, dat jij mij mama hebt gemaakt.

Kirsty Aileen