Het is 21 januari 2010. Buiten is het zo koud dat het lood in mijn lijf nog zwaarder voelt dan de afgelopen dagen. Ontbeten heb ik niet, vanwege zenuwen, doodsangst en de te verwachten bijwerkingen van de medicijnen die ik straks moet nemen. Braken, hoge bloeddruk en koorts, dat waren de belangrijkste geloof ik. Oh, en met een beetje pech laat de placenta niet los en wordt het een enkele reis operatiekamer, is me verteld. Met de auto staan we voor het huis van mijn schoonouders. Nerveus wrijf ik mijn vingers tegen elkaar, rillend van de kou. Ingepakt in een dikke trui, samen met de broek die waarschijnlijk het beste zit bij weeën. Mijn man loopt naar de voordeur en belt aan om de bijbel op te halen. Het is best gek hoe ik, iemand die jaren niets met haar geloof gedaan heeft, nu toch terugval op dat grote boek. Het hele tafereel van uitwisselen sla ik gade vanuit mijn ooghoeken, want ik heb geen zin in contact nu. Laat mij maar in mijn eigen wereld. Iets te zeggen is er niet. Mijn grootste zorg op dit moment is dat ik ons kindje niet los zal kunnen laten. Dat ze hem uit mijn armen moeten trekken straks. Dat ik weiger mijn kind af te staan. Het kind dat nog veilig in mijn buik zou moeten groeien. Ik geloof echt niet dat ik hem af zal geven. We melden ons in het ziekenhuis en worden direct begeleid naar kamer 64, het thuishonk voor moeders die van een dood kind moeten bevallen, althans zo voelt het. Gelukkig hoeven we niet lang te wachten voordat de gynaecoloog komt vertellen wat de bedoeling is en ze mij op het bed installeren.

De bevalling verloopt tegen onze verwachting in goed. Door de medicijnen krijg ik snel overal kramp, geen weeën maar een vervelende stekende pijn. Ik krijg paracetamol en een kruik, iets dat werkelijk helemaal niets uithaalt. Al snel vraag ik daarom voor wat stevigere pijnstilling, want dit is niet uit te houden! Hoe oneerlijk en zinloos is het om te creperen van de pijn terwijl je weet dat je geen levend kind op de wereld zult zetten. We zijn nog geen twee uur verder en ik raak een beetje in paniek. Paniek uit angst dat ik alsnog akelige bijwerkingen krijg, angst dat ons kind er vreselijk misvormd uitziet, angst dat ik tegen de natuur inga, angst dat ik naar de operatiekamer moet, zelfs de onwerkelijke angst dat ons kindje toch nog leeft en ik hem nu vermoord. Wanneer eindelijk de echte weeën zich aandienen heb ik echter geen tijd meer om bang te zijn. Het zijn meteen stevige, regelmatige weeën, waar nog geen minuut tussen zit. Ondertussen heb ik ook andere pijnstilling gekregen, geen morfine maar iets anders dat de scherpte ervan af haalt. De gynaecoloog wil me geen morfine geven omdat ik anders niet meer zoveel meekrijg. Het is belangrijk voor de verwerking dat de geboorte bewust plaatsvindt, wordt uitgelegd. Voordat de pijnstilling begint te werken is ons kindje er al. Om 13.38 uur op een ijzige donderdag.

Zoals bij elke bevalling die ik heb meegemaakt gaat ook hier de daadwerkelijke geboorte gepaard met een gevoel van opluchting. Gevolgd door verwondering.

In mijn enthousiasme schiet ik rechtop om ons kindje te bekijken, maar word direct weer terug gedirigeerd. De nageboorte moet nog komen. De vijf minuten die dat duurde leken eindeloos, voor mij was het klaar. Lieve* was er, het akelige gevoel van de vruchtzak en de druk waren weg. De placenta, die zich enkele minuten later aandient, blijkt in een staat van ontbinding te verkeren. Hij is draderig, zwart en er zitten talloze vochtblaasjes op. Achteraf klinkt dat heel akelig, maar op dat moment schokte het ons niet. Lieve* zelf was geboren in het vlies, nog steeds beschermd door een stevige ballon. Gescheiden van de buitenwereld, alsof hij er nog niet klaar voor was om blootgesteld te worden aan zijn gruwelijke lot. Alsof hij daar, in dat water, zich in een tussenwereld bevond. Een werkelijkheid tussen de onze en die van de baarmoeder. Minutenlang kijken we naar hoe ons kindje in het vruchtwater drijft. Naar zijn navelstreng, zijn armpjes en benen. Weer opnieuw controlerend of hij wel echt dood is, of er niet toch toevallig iets beweegt, alsof ze hem dan terug kunnen stoppen. Zoals manlief normaal traditiegetrouw de navelstreng doorknipt, mag hij dat dit keer doen met het vlies. Vakkundig knipt hij het door, waarbij het troebele vruchtwater wegloopt en we ons kindje eindelijk goed kunnen zien. Ik zie eerst zijn voeten. Dat is het enige waar ik mij op verheugde, om die schattige voetjes in het echt te zien. Zijn magere lijfje en bekende billetjes. Vrij snel daarna zien we dat er flink wat vocht in het hoofdje is opgehoopt. Voor de rest is het een normaal kindje, alleen dan in het klein. Zijn billen zijn precies hetzelfde van vorm als die van Sara. De kleine voetjes en handjes zijn helemaal compleet. Zelfs de aanzet van de nageltjes is te zien.

Ik wil hem zo graag vasthouden. Op mijn borst leggen, zoals ik ook met zijn zus en broer deed toen zij geboren werden. Maar de harde realiteit is dat Lieve* te kwetsbaar is om dat te doen. Het medisch personeel is bang dat er iets kapot gaat als we hem oppakken. En daarom wordt ons kindje in een kartonnen bakje gelegd, op een verbandje. Voorzichtig, met handschoenen, opgepakt en in een bed gestopt waar je zelfs je meest armoedige pop nog niet zou laten slapen. Eigenlijk is het net een kotsbakje, daarvoor zou ik het althans gebruiken. Vaak leggen ze ook spuiten en dergelijke neer in zo’n ding. Maar nu niet, dit keer ligt er een lijkje in van een baby, van ons kind. Uit pure wanhoop knuffel ik dat bakje maar, in onvermogen mijn eigen kind vast te houden. Een kind in een kartonnen kistje, dat blijft zelfs vijf jaar later nog pijnlijk. We eten beschuit met muisjes samen omdat we weer vader en moeder geworden zijn. Want hoewel een gevoel van pijn overheerst, is daar toch ook die euforie van het pasgeboren kind. Het gevoel dat je krijgt wanneer je kindje er eindelijk is, de adrenaline die een prettige opwinding veroorzaakt en de hormonen die vrijkomen zodat je je gaat binden aan de baby. Nooit heb ik twee dingen die het totale uiterste zijn zo dicht bij elkaar mogen voelen. Dood in de ene hand en geboorte in de ander. Een kind krijgen en afgeven op een en dezelfde dag.

Uit: Kusje in de wind

Ons hele verhaal lees je in het boek ‘Kusje in de wind’. Wie helpt mee ruimte maken voor de nieuwe boeken die deze herfst eraan komen? Alleen deze week, de laatste exemplaren van Kusje in de wind & Kindje in mijn hart samen voor €20,- inclusief verzenden. Je vindt ze hier:http://www.mijnwebwinkel.nl/…/kusje-in-de-wind-kindje-in-m…/

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s