Dag lieve Lieke – door Marleen

Lieke* wordt op mijn buik gelegd. Ik aai haar en zie hoe ontzettend bleek haar huidje is. vlinder_met_wolken_-_voor-page1 Voor ik doorheb dat er iets niet goed is, wordt haar navelstreng door de gynaecoloog doorgeknipt en rent hij met onze meid naar de kamer naast ons. Peter moet, van de gynaecoloog, mee. Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik lig paniekerig, bezorgd en vooral alleen in de ziekenhuiskamer. Met mijn benen nog in de beugels; bloedend omdat ik ben uitgescheurd.

Peter is weer heel snel bij mij. Huilend. Het gaat niet goed met Lieke*. Hij wil me niet vertellen wat er aan de hand is. Ik roep dat hij bij ons meisje moet blijven! Hij kan het niet. Hij kan niet aanzien wat er allemaal gebeurt met Lieke*. De schrik slaat me om het hart. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar weet dat het niet goed gaat. Ik houd Peter vast, alsof hij mijn laatste houvast is in het hier en nu. Ik houd Peter vast alsof hij kan voorkomen dat ik in het gat val wat zich onder ons vormt.

Een verpleegkundige loopt weer naar binnen. In paniek vraag ik hoe het met Lieke* gaat. Direct na haar geboorte zijn ze begonnen met een hartmassage omdat ze haar hartslag niet konden vinden. Binnen een minuut lag Lieke* aan de beademing en allerlei apparatuur om haar hartslag en bloeddruk in de gaten te kunnen houden. Onze meid kan niet zelfstandig ademen.

De verpleegkundige gaat ondertussen met mij aan de slag. De navelstreng en de placenta moeten nog geboren worden. Hierna word ik gehecht. De katheter wordt eruit gehaald. De verloskundige komt binnenlopen en meldt dat Lieke* naar de kinderafdeling wordt gebracht. Ze ademt inmiddels zelfstandig. Ik krijg hoop. Peter gaat weer naar haar toe terwijl de verpleegkundige mij onder de douche zet.

Ineens staat Peter weer voor mijn neus. Hij is bij ons meisje weggestuurd door de kinderartsen en verpleegkundigen. Het gaat niet goed met Lieke*. Haar bloeddruk daalt steeds verder en ze moet opnieuw aan de beademing. Ik kijk de verpleegkundige paniekerig aan en vraag haar om te gaan informeren wat er aan de hand is. Ik kleed mezelf wel aan. De verpleegkundige komt terug. Ze zet me in een rolstoel en zegt vastberaden: “Jullie gaan nú naar haar toe.”

Na een klein ritje over de gang ben ik eindelijk bij onze mooie meid Lieke*. Ze ligt op een speciaal bedje. Met slangetjes, buisjes en prikjes overal in haar lijf. Onder een warmtelamp. Uit alle apparaten komen piepjes en geluidjes. Ze ademt niet zelfstandig en ziet bijna wit. Lieke* kan haar bloeddruk niet op pijl houden. Ze krijgt dopamine en vloeistof in haar aderen gepompt, maar het slaat niet aan. Het lukt de artsen maar niet om ervoor te zorgen dat haar bloeddruk omhoog gaat. De kinderarts belt met het academisch ziekenhuis. Lieke* moet overgeplaatst worden naar een ziekenhuis waar een neonatologie afdeling is.

Gelukkig mogen we bij haar blijven voordat ze wordt overgeplaatst. Ik pak haar handje vast en dirigeer Peter naar de andere kant voor haar andere handje. De medicijnen worden opgevoerd en ineens voel ik dat ze me knijpt! Lieke* knijpt in mijn vinger! Zie je wel, alles komt vast goed!

De babyambulance arriveert. Lieke* wordt overgeplaatst naar een speciale couveuse waarin ze vervoerd kan worden. De verpleegkundige roept: “Geef haar een kus!” Braaf doe ik wat me gezegd wordt. Lieke* opent haar mooie grote donkere ogen en kijkt me recht aan. Mijn mooie meisje!

Peter en ik moeten wachten… We mogen niet zelf rijden. Een ambulance moet ons vervoeren. Géén spoed, wordt ons medegedeeld, zolang ons meisje stabiel is. Dus het kan wel even duren. We hangen in het ziekenhuis, rusteloos en ongerust voor de televisie. Onze emoties wisselen zich af, van hoopvol naar bezorgd. Van een flauwe grap naar een huilbui. Na een uur, waarbij elke minuut een eeuwigheid lijkt te duren, kunnen we mee. Ik moet op de brancard en word vastgebonden met riemen. ‘Wat een onzin,’ denk ik nog… We vertrekken. Op naar het academisch ziekenhuis, naar ons kleine meisje.

We zijn Purmerend nog niet uit of de ambulancebroeders krijgen een telefoontje. De schrik slaat me om het hart. Dit is niet goed. Een van de ambulancebroeders draait zich om en zegt: “De toeters en bellen moeten aan zodat we er snel zijn.” Ik reageer nog: “Het is niet goed hè?” maar hij mag niks zeggen. Peter en ik kijken elkaar aan. We weten genoeg. We vechten tegen de tranen en alsnog, tegen beter weten in, probeer ik positief te blijven. Het moet goed komen!

Nog nooit ben ik zo snel verplaatst van de ene locatie naar de andere. De ambulance rijdt het ziekenhuis in en we worden bijna hollend naar de afdeling neonatologie gebracht. De riemen van de brancard worden losgemaakt (dit kost onnodig tijd, schiet op!). Peter en ik worden naar binnen geduwd, op een stoel gezet en krijgen direct Lieke* in onze armen. Ik zie aan Lieke* dat ze op is, dat de strijd is gestreden. Ik zeg tegen mijn meisje: “Het is goed zo, ga maar lekker slapen.” En weg is ze. Onze mooie meid Lieke* is niet meer bij ons, niet meer op aarde, niet meer in onze wereld. Lieke* is overleden op 13 december 2014 om vijf over half vier.

 

 

lieverbijmij_cover_3dMarleen schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

Advertenties

Een tastbaar stukje liefde – door Melanie Frissen

22554841_10210416713599083_2293681108933910536_nDonderdag 17 oktober 2013, zwanger van ons eerste kindje, een dochtertje. Ons wondertje, want een zwangerschap was al jaren eerder uitgesloten bij mij. Morgen zouden we op controle gaan.
Ik verheugde me maar was ook nerveus, want ik voelde haar zo slecht deze week.
En dat onderbuikgevoel dat me de hele zwangerschap al achtervolgd had… Iedereen wuifde het weg. Het was vast omdat ze zo een wonder was dat ik het niet durfde te geloven.

Ik hoopte dat ze gelijk hadden, ik hoopte het zo.

De ochtend van de 18e oktober. Opeens was ik niet nerveus meer, de zon scheen en voor de allereerste keer in al die weken ging ik de deur uit voor een controle met een goed gevoel.
De eerste keer dat ik genietend op pad ging, wetende dat we ons meisje zouden horen of misschien zelfs even zien. De eerste keer dat ik eens niet dacht: ‘Wat als nu haar hartje gestopt is’.

Op het moment dat de beelden verschenen heb ik even, ik denk onbewust, gedacht: ‘Wat ligt ze raar’. De gynaecoloog ging met de echo van haar hoofd naar haar romp en zei niks. Stilte, bij hem, bij de assistent, stilte in mijn buik, een oorverdovende stilte.
Nu achteraf heb ik vaak nachtmerries en dan droom ik over dat moment. Dan denk ik wat ik toen ook dacht, maar niet durfde toe te laten. De gedachte: ‘Ze is stil, ze beweegt niet, ze is…’

Ons meisje was overleden, haar hartje was gestopt. Het was stil… zó stil.
Ik kan het niet beschrijven, met geen woord, geen emoties, op geen enkele manier; wat er door me heen ging. Een pijn die onbeschrijfelijk is. Nog steeds snijden de herinneringen van dat moment door mijn hart. Ik had altijd de angst dat dit op een dag zou gaan gebeuren.
Een zieke film, een nachtmerrie, de gedachte: ‘Dit gebeurt niet echt.’
‘Morgen sta ik op en dan is deze nachtmerrie voorbij….’

24 oktober 2013. Om 9.32 uur is na een lange bevalling onze dochter Evy* geboren. Het was stil en het bleef stil. Maar toch herinner ik me dat ene kleine moment als een van de mooiste uit mijn leven.

Want hoe stil het ook was en hoe anders het had moeten zijn, op het moment van haar geboorte was er liefde en trots. Ik kon niet stoppen met naar haar te kijken. Ik hoorde niemand meer, behalve haar papa die zachtjes huilde en zei dat ze perfect was en zo mooi.
Alle pijn, alle verdriet, waren heel even weg.
Er was geen verdriet, er was trots en blijdschap over het prachtig mooie meisje dat wij in onze armen hadden.
Ik vergeet dat moment nooit meer en ben haar er eeuwig dankbaar voor. Op dat moment, om 9.32 uur, maakte ze me mama. Ze maakte me de gelukkigste vrouw ter wereld, omdat ze me het geschenk had gegeven haar op de wereld te mogen zetten en te mogen zien. Ik was mama geworden en mijn man papa. Wij hadden een dochter.
Geen moment realiseerde ik me dat ze niet leefde, dat hoefde even niet. Dit was ons moment, van haar, haar liefste papa en mij.

Na het verlies van ons meisje wilde ik iets doen om ook anderen te steunen in hun 22548971_1555602714497526_8110143304051281738_overlies en verdriet. Ik bleef de drang voelen om voor Evy* te kunnen zorgen. Ook na de geboorte van onze regenboog zoon Noah (wellicht zelfs daarna nog meer). Ik weet hoe moeilijk ik het vind om amper foto’s te hebben. Nooit zullen er nieuwe foto’s komen, geen nieuwe herinneringen. Ik weet hoe belangrijk wij het vinden dat ze gezien wordt als deel van ons gezin, hoe fijn we het vinden haar naam te horen en hoe fijn het voelt als mensen haar geboortedag herinneren. Vanuit die gedachte ben ik gestart met het maken van illustraties. Illustraties die heel persoonlijk zijn.
Een herinnering, een tastbaar stukje liefde van gemiste kindjes. Een fantasie tekening, in een wereld, mooier dan hier, omringd met liefde. Krachtig, maar ook lieftallig en altijd gemaakt met alle liefde.
Het gevoel dat ik erin wil leggen is het gevoel dat ik zelf ook zo graag probeer vast te houden. Het gevoel dat we hadden op het moment van onze dochter haar geboorte. Een zo klein en kort moment waar de stilte, de pijn, even op de achtergrond waren en liefde en trots overheersten.
Dat gevoel hield en houdt mij staande. Het inspireerde me, de trots voor ons eerste kindje, om illustraties te maken die dat gevoel bij ouders kunnen oproepen.
Warmte, geborgenheid, maar vooral trots en liefde.

Tijdens het illustreren zorg ik voor mijn dochter Evy* en zorg ik voor anderen.
Ik ben enorm dankbaar dat zij me dit heeft gebracht en dat ik uit het grootste verdriet iets moois mag creëren. Naast deze persoonlijke op maat gemaakte aquarel illustraties is er nu ook een wenskaarten lijn, speciaal voor na overlijden en bij herinneringsdagen van overleden kindjes.

19264708_1445410238850108_107013125565027980_oDe naam Star & Rainbow is dan ook opgedragen aan de twee meest dierbare kostbaarheden in mijn leven, en mijn inspiratie: mijn dochter Evy* (Star) en mijn zoon Noah (Rainbow). Mijn sterrretje en mijn regenboog!

 

Wolkenschool

banner-wp-s.jpg“Mama, wat doen engeltjes zoal in de hemel?” Al starend naar de blauwe lucht stelt mijn dochter deze vraag. Het waait redelijk hard. Korte plukken haar komen los uit Sara’s dunne vlechtjes en dansen over haar gezichtje. Samen kijken we hoe de wensballon, die wij voor Lieve hebben losgelaten, langzaam verdwijnt. “Die gaan naar de wolkenschool,” zeg ik dan.

Als onze gele wensballon nog maar een klein zwart stipje in de hemel is, geeft de wind er een flinke ruk aan. Dit gaat niet onopgemerkt voorbij aan de kinderen, Sara schrikt er zelfs een beetje van. “Huh, wat gebeurt en nu?” Haar blik verlaat even dat stipje in de lucht en ze kijkt me verbaasd aan. Ik knipper een paar keer om mijn eigen vochtige ogen te verbergen voordat ik haar aankijk. Dan antwoord ik “Oh, dat is de engeltjespostbode. Die brengt de ballon naar Lieve.” Sara is weer gerustgesteld. Ze heeft zich namelijk ontzettend veel moeite gedaan om de prachtige teksten van familie en vrienden die op deze ballon staan, aan te vullen met haar eigen naam en tekening. Een echte brief voor Lieve. Die moet wel aankomen natuurlijk. Het postbode-idee spreekt Bram ook wel aan. “Ja,” zegt hij dan, “Die weet waar Lieve woont.” Hij zegt dat tegen Sara, niet tegen mij. Alsof hij haar wel even uitlegt hoe het zit. Zijn vinger wijst de lucht in en maakt een vloeiende beweging naar rechts. Zo van…In die straat van de hemel is het huisje van Lieve.

Bram’s voetjes schuifelen lichtjes over het gras van het strooiveld. Hij kijkt er een beetje bedenkelijk naar. Dat grijzige poeder vindt ‘ie wel interessant. Ik vraag me af of ik hem nu moet zeggen dat hij niet door dode mensen mag trappen. Zelf vind ik het maar luguber, maar de kinderen trekken zich er niets van aan. Dat sterkt mijn idee dat er van die verbrandde lichamen geen energie meer achterblijft. Het is alleen maar as. Kinderen zijn wel de eersten die zoiets opmerken.

Als de wensballon verdwenen is lopen we langzaam terug richting auto. Hoewel het net nog zo waaide lijkt het nu windstil. Het is ijzig koud, echt nog winter. Maar door het zonnetje en de bloemen die overal verspreid liggen lijkt het toch een beetje lente. Samen genieten we van de zon op ons gezicht.

“Wat doen engeltjes nog meer de hele dag?” Vraagt Saar. Ze huppelt er een beetje bij. “Wolkenspringen!” Zeg ik dan. “Oh, en doen ze ook verstoppertje?” “Maar natuurlijk, en luchtzwemmen, vleugeltikkertje en een middagslaapje.” Sara kan er wel om lachen. “Heeft Lieve ook vleugels?” “Nou ik weet het niet, misschien kleintjes. Hij zal wel eerst vliegles krijgen,” leg ik uit. Ik zie het al helemaal voor me. Samen maken we het moeilijke toch dragelijk. En engeltjes hebben het maar druk hoor, in de hemel.

 

Wolkenschool is een fragment uit het boek Kusje in de wind, dat in december opnieuw Kaft 2b zonder snijrandbverschijnt als e-book. De nieuwe versie bestaat uit drie delen, Kusje in de wind (het verhaal van Lieve), Kindje in mijn hart (gedichten), en Zes kleine voetjes (anekdotes over het leven van een gezin met een wolkenkindje in hun midden). Wil je op de hoogte blijven van de uitgave, stuur dan even een mailtje naar kusjeindewind@gmail.com

PS. Wil je een keer meeschrijven op het vrijdagblog? Stuur je tekst dan in naar kusjeindewind@gmail.com

 

Uit het dagboek van mama – door Hannelore Waeles

ono en hanneloreDinsdag 25 maart 2008

Wat duurt wachten lang! Het is zo dubbel. Enerzijds wil ik jou niet loslaten, nooit bevallen, dan is er geen probleem. Anderzijds wil ik uit die onzekerheid. Weten of je zal overleven!? Ik wil verder met het leven.

Woensdag 7 mei 2008

Dag Vlindertje, als het goed is, dan breng jij over een weekje jouw laatste uurtjes door op je veilige plekje in mama’s buik. Jouw geboorte staat al gepland in de overvolle agenda van het universitair ziekenhuis. Het ganse team weet dat het op 14 mei klaar moet zijn voor jouw komst op de wereld! Wat is het spannend! Soms denk ik dat je toch eerder zal komen. Ik weet niet waarom. Gisteren was je weer minder actief, vandaag heb ik je nog amper gevoeld… Weliswaar is het nog maar negen uur, maar toch. Het had me gerustgesteld indien ik al een schopje van je kreeg. De dagen ervoor was je duidelijk aanwezig en dat was volop genieten!
Buiten is het heerlijk zomerweer. Ook dat is genieten! Het lijkt wel vakantie en toch zit binnen in mij onrust. ’t Wordt lastig, die continue spanning in m’n lijf, in m’n hoofd. Nu ga ik echt verlangen naar het moment dat je er bent, maar dan voel ik me zo schuldig om dat verlangen. Pas na je geboorte zullen we weten of je longen goed genoeg ontwikkeld zijn om te overleven of om te opereren… Pas na je geboorte zal de medische mallemolen écht beginnen voor jou. Dubbel gevoel. Dipdag.

Vrijdag 9 mei 2008

M’n Vlinderkind, wat zie ik je toch graag! Wat kijk ik ernaar uit om je te knuffelen en te kussen en heel zacht te omarmen! Maar wanneer zal dat zijn? Het leven is zo onzeker. Het maakt me bang. Misschien zit ik hier over een weekje alweer te schrijven met een lege buik.
Ik hoop zo dat je bij ons mag blijven! Je bent zo welkom! Wat zouden we doen zonder jou? Wat zou alles plots leeg zijn. Stil en kil, hoewel het volop aan het zomeren is… 28°C.
Gisteren opnieuw op controle geweest. Je doet je best. Het stelt me gerust. Nog vijf keer slapen.

Dinsdag 13 mei 2008

We zijn weer thuis. Met jou. Maar het was geen thuiskomen met een dood kind. Verschrikkelijk. Er zijn geen woorden voor.
Moederdag begon zo mooi. Heerlijk ontwaken met grote broer in bed terwijl papa om broodjes was. Buiten ontbijten met een versje van Ilo en cadeautjes voor mama. We genoten van de ochtendzon, maar voor ons scheen de zon slechts tot een uur of twee…
Het was rond tien uur toen ik dacht dat ik je nog niet zoveel had voelen bewegen. Niet sinds ’s morgens vroeg toen ik opgestaan was voor een routinetoiletbezoekje. Wel ben ik er zeker van dat ik je voor dag en dauw nog heb voelen bewegen, want altijd als ik wakker werd had ik de gewoonte om te wachten met terug inslapen tot je even een teken van leven gaf. Zo ook die nacht.
Het was een gemoedelijke Moederdagmorgen, dus mama wou zich niet teveel zorgen maken. Tegen de middag drong het door dat ik echt nog geen schopje gekregen had. De zorgen borrelden op, maar goed, je had ons al zo vaak doen schrikken door minder te bewegen. Ik besloot te wachten tot twee uur om zelf even naar de harttonen te luisteren. Je zou wel gauw wakker worden…
Twee uur ‘s middags: na lang zoeken, geen harttonen te horen. We besloten om over een uurtje nog eens te luisteren, maar stiekem wist mijn ‘vroedvrouwenverstand’ al wat mijn moederhart niet wou weten.
Drie uur: geen harttonen. Er was geen paniek, enkel het besef dat het écht niet goed was. We trokken richting ziekenhuis, maar eerst moesten we Ilo nog bij oma en opa brengen. Oma had heerlijke taart voor de ‘feestdag’ en ik kon het niet over mijn hart krijgen om geen taart te eten voor Moederdag. Het was feest voor de moeders, dus ook voor haar en mij. De taart smaakte me eigenlijk wel, maar papa had er geen zin in. Hij liep wat te ijsberen in de keuken en maande aan om te vertrekken. Maar hoe langer ik het kon uitstellen om het verdict te horen, hoe veiliger me dat leek. We namen nog even de tijd voor dé verrassing voor oma: “Wil je meter worden!?” “Ja zeker,” antwoordde ze trots, en angstvallig hoopte ik dat ze écht meter zou kunnen worden.
De rit naar het ziekenhuis verliep in stilte. Vrezend voor wat komen zou, zaten we verweesd naast elkaar. Onderweg belde mama de gynaecoloog dat we in aantocht waren. Ook zij wist wellicht al welk echobeeld ze kon verwachten…
Ik kan me het beeld niet meer goed voorstellen, evenmin de woorden of de blikken. Ik weet niet veel meer van het moment dat de wereld stil stond, dat we het vreselijke verdict te horen kregen waar we al enkele uren voor aan het vluchten waren.
Mors in utero. Dood in de moederschoot. Dat scenario hadden we niet voorzien. Er was geen mega gemedicaliseerde bevalling meer nodig. Er moest helemaal niet getwijfeld worden over al dan niet opereren. Er is nu geen maandenlange couveusestrijd. Geen sondes, slangen of prikjes. Er is enkel de dood. En ongeloof.
Ongeloof. Hoe kon dat? Amper drie dagen voor de dag van de geplande inleiding in het universitair ziekenhuis? Moesten we hem eerder geboren laten worden? Had hij geen tekens genoeg gegeven dat het daarbinnen toch niet optimaal was? Verdomme toch, amper drie dagen…

Dinsdag 20 mei 2008

Ik wil schrijven om niet te vergeten, maar ik weet niet wat. Het is zo leeg in mij. Er zit niets in mij. Zelfs geen woorden. Soms doen we gewoon. Vandaag naar de winkel geweest. Kleren kopen voor papa en Ilo. Toch even naar de babykleertjes gekeken. Kan het niet laten. Lijkt me ook nutteloos het te ontwijken. Word er nog steeds door aangetrokken… liever_bij_mij_cover_def-page-001Naar de boekenwinkel geweest. Amper een boek over rouw te vinden. Triest.

Hannelore Waeles schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’, dit is een deel van haar verhaal. Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

IMG_20150603_182019

 

Hannelore is tevens de auteur van het prachtige prentenboek boek ‘Ono, een bijzonder broertje’.

 

 

 

Een nieuwe herinnering – door Myrthe te Winkel

In 2015 schreef ik mee aan “Liever bij mij…” over mijn dochtertjes Sophie* en Nova*. Ten tijde van de boekpresentatie op Wereldlichtjesdag groeide er een derde wondertje in mijn buik waarvan alleen mijn man en ik van het bestaan wisten.
Dat derde wondertje liet na jaren van verdriet met haar geboorte aan ons zien hoe mooi het leven ook kan zijn.

Mijn man sluipt samen met onze 14 maanden oude dochter Beau de slaapkamer uit. Ik voel een licht briesje. We zijn op Ibiza, vakantie vieren. Het zonnetje schijnt naar binnen. Net zoals het drie jaar geleden de verloskamer in scheen.
Vandaag is haar dag. Vandaag is het drie jaar geleden dat we ons eerste meisje in stilte verwelkomden.
Al een aantal dagen hik ik tegen deze dag aan, maar ik vertel mezelf dat deze dag net zo snel voorbij gaat als alle andere dagen.

Ieder jaar vind ik het fijn om in de ochtend eventjes alleen in bed te blijven liggen om haar geboorte tot in detail te herinneren.
Tranen biggelen over mijn wangen.
Het is niet alsof ik haar vandaag meer mis dan gisteren of morgen. Het is niet alsof ze vandaag op de voorgrond staat en morgen weer naar de achtergrond verdwijnt. Ze is er namelijk altijd. Ze staat op mijn nachtkastje, er hangt een gedichtje in haar naam op Beau’s kamertje en samen met haar wolkenzusje Nova* heeft ze een mooi plekje centraal in onze woonkamer.

Drie jaar geleden. Je kunt zeggen dat het pas drie jaar geleden is of dat het al drie jaar geleden is. Tijd. Het was na haar geboorte mijn grootste vijand. En dat blijkt niet te veranderen. Met een dreumes gaat de tijd ontzettend snel.
En dat is juist de enige factor die met het verstrijken van de jaren zorgt voor verandering. Het gemis blijft, de liefde is oneindig, de tranen van verdriet en de glimlach van trots zijn er, altijd. Maar door het verstrijken van de tijd voelt het alsof we steeds verder van elkaar verwijderd raken. Zeven uur en zesentwintig minuten hadden we samen met onze Sophie*. Daar komt nooit meer een minuut bij, nooit meer een nieuwe herinnering. En dat blijft op dagen als deze onverdraagbaar.
Ik raap mezelf bij elkaar en loop, nog snikkend, de slaapkamer uit, waar twee prachtige grote blauwe ogen me aankijken en ik meteen word overladen met natte kusjes.

Doordat we op vakantie zijn zullen we vandaag moeten improviseren en zal de dag er anders uitzien dan normaal. Dit jaar geen eigen gemaakt taartje en geen ballonnen.
We bestellen na het eten een stukje cake en prikken daar een kaarsje met een drie op. Het gezin aan het tafeltje naast ons vraagt wat we te vieren hebben. Trots vertellen we over onze Sophie*. Wat een cadeautje om zo ver van huis, zo ver van onze dierbaren over ons meisje te mogen vertellen. Ze bieden aan om ons drietjes op de foto te zetten terwijl wij het kaarsje uitblazen. Ze zijn zichtbaar ontroerd.
20171004_204045[23723]De zon verdwijnt langzaam in zee en de maan verschijnt. Het is op één dag na volle maan. We zoeken een mooi plekje aan het water om het kaarsje in het windlichtje aan te steken. Zo sluiten we haar dag af. En dan betrap ik mezelf erop dat ondanks dat Sophie* niet in ons midden is, we toch een nieuwe mooie herinnering hebben gemaakt met haar erbij. ♡

 

liever_bij_mij_cover_def-page-001

Myrthe te Winkel schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

 

Faye Lynn, nieuw geluk en Het Sprookje van de Dood.

22407379_10155759350557964_586056838_nInmiddels is het bijna tweeënhalf jaar geleden dat mijn wereld op zijn kop stond. Op 30 mei 2015 verloren ik en mijn vriend Richard ons eerste kind, onze dochter Faye Lynn. Soms verbaast het mij dat het “alweer” 2,5 jaar geleden is. Het jaagt mij soms angst aan, alsof de tijd die er verstreken is ook een waardeoordeel met zich meedraagt. Namelijk dat je niet meer zo verdrietig mag zijn en de pijn toch wel minder moet zijn geworden of over moet zijn. Dit oordeel vel ik niet over mijzelf, maar ik merk helaas dat anderen dit wel dikwijls zo bedoelen. Niet zelden hoor ik dat het ‘gelukkig al een hele tijd geleden is’. Iets wat voor mij absoluut niet zo voelt, en al gezegd werd na pak ‘m beet 3 weken. Alsof rouwen vooral niet te lang mag duren en je maar gauw dat spreekwoordelijke plekje moet vinden waardoor je weer vrolijk verder kunt leven. Soms voelt het zelfs alsof het verstrijken van de tijd mij verder van haar doet verwijderen, het jaagt mij angst aan dat ik haar dus al zo lang kwijt ben; al voelt Faye nooit helemaal verloren en zal ze altijd met ons verbonden zijn. Die tweeënhalf jaar voelen voor mij als net een jaartje terug. Hoe lang mag je dan rouwen? Een maand? Een halfjaar? De waarheid is dat rouwen om je kind nooit op zal houden, het is de prijs die je voor immense liefde betaald.

Faye werd geboren met een zwangerschap van officieel 23 weken en 6 dagen. Al wekenlang had ik rare klachten die voor mij niet goed voelden. Een stemmetje binnenin vertelde dat dit niet goed was, maar als naïeve, jonge zwangere liet ik mij geruststellen door de verloskundige. Ik liet mij vertellen dat het bandenpijn was en ging gewoon door met fulltime werken. Uiteindelijk verloor ik ‘s ochtends met exact 23 weken iets wat mijn slijmprop moet zijn geweest en werd ik wakker met een hoop bloedverlies en krampen. Ik belde de verloskundigenpraktijk en volgens haar kon ik gewoon gaan werken. Vervolgens belde ik ook mijn moeder en viel ik flink tegen haar uit dat de professionals het echt wel beter wisten dan zij, nadat ze me zei dat ik niet moest gaan werken. Ik ging gewoon een middagje werken en ‘s middags zou ik langs de dokter gaan en mij voor de 100ste keer laten testen op blaasontsteking en daarna naar de verloskundige gaan. Op mijn werk werd het bloedverlies steeds heviger en de krampen ook. Tot 3x toe bel ik de praktijk en word ik geïrriteerd te woord gestaan dat ze het druk hebben en ik niet steeds moet bellen. Faye beweegt vrolijk in mijn buik.

Uiteindelijk word ik die middag na zwaar aandringen van mijn moeder inwendig onderzocht en krijg ik een afspraak bij de gynaecoloog over twee weken. Als ik daar naar de wc ga en vervolgens weer een plas bloed verlies moet ik toch meteen naar het ziekenhuis. Daar aangekomen spreekt de dienstdoende arts het doodvonnis uit: “U bent aan het bevallen en de baby gaat dit niet overleven.” Wat volgt is een verschrikkelijke week, gevuld met weeën, hoop en angst. Ik beviel die dag niet, ik vocht als een leeuwin en hield het op pure wilskracht zonder weeënremmers 6 dagen vol. Juist de dag dat ik vervoerd zou worden naar een academisch ziekenhuis waar ik longrijpingsinjecties zou krijgen braken mijn vliezen en stierf onze dochter Faye 40 minuten na haar geboorte in mijn armen, in het bijzijn van mijn ouders, schoonouders, zusje en tante. Ze was perfect en prachtig. Ze leek precies op mijn vriend en had een hoop prachtige krulletjes in haar haartjes en lange, zwarte wimpers. Ze hadden ons bang gemaakt dat Faye op een alien zou lijken, met een doorzichtige huid en kaal. Niets van dit alles was waar. De liefde en trots vermengd met onbeschrijfelijk verdriet zal ik nooit vergeten. Wij waren ouders geworden en dit zou niemand ons afpakken.
Ik bleek een infectie in mijn placenta te hebben en Faye werd op de echo’s veel lichter en kleiner geschat dan ze bleek te zijn, waardoor de twijfels over haar werkelijke leeftijd blijven bestaan.

Inmiddels hebben wij een gezonde dochter gekregen van nu 15 maanden. Kate leek vooral als baby heel erg op haar zusje en geeft haar foto’s elke dag een kusje. Het geluk in ons leven is vooral dat we haar hebben om voor te mogen zorgen, al zullen we altijd een kindje missen. Het is lang niet altijd makkelijk om door te leven met dit verlies, maar we zullen wel moeten, zoals zoveel lotgenoten.
Na het verlies van Faye heb ik veel steun gevonden aan lotgenotencontact. Een lief gezin waarvan de mama een collega van mijn vriend is, zijn inmiddels vrienden geworden. Ook online heb ik veel herkenning gevonden.

Vorig jaar toen ik hoogzwanger was van mijn regenboogbaby, hoorde ik van twee lotgenoten via een pagina op Facebook dat er audities kwamen voor de verfilming van een bijzonder boek, namelijk het Sprookje van de Dood van Marie-Claire van der Bruggen. Zonder verder na te denken besloot ik een mail te sturen en mocht ik na mijn bevalling auditie komen doen. Marie-Claire mailde mij dat ze een goed gevoel over mijn nog te volgen auditie had en eigenlijk had ik precies hetzelfde. Het was een onverklaarbaar gevoel, misschien wel een weten dat ik bij dit team zou gaan horen. Ik werd gecast voor de hoofdrol van het Zieltje en zo kwam er van alles samen. Mijn achtergrond als actrice, mijn eigen, diepe rauwe rouw en verbinding met het onderwerp, mijn spiritualiteit en de troost die ik zocht. Ik heb Marie-Claire leren kennen als een oprechte, warme en liefdevolle vrouw en ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde. Ik geloof dat onze allerliefste kindjes altijd bij ons zullen horen. Dat we ze niet op aarde mogen zien opgroeien blijft wel heel pijnlijk. Ik zou er alles voor over hebben om haar hier in mijn armen te mogen houden, maar dat er echt meer bestaat, daar heeft Marie-Claire mij door haar visie en boeken wel van overtuigd. Ik geloof met heel mijn hart dat deze film iets toe te voegen heeft, dat het steun, inzicht en liefde kan brengen bij iedereen, maar voor mij in het bijzonder, voor de mensen die dit nodig hebben. Het lijkt nu misschien of ik schaamteloos reclame maak, maar omdat ik er zo’n oprechte verbinding mee voel, wil ik het graag onder jullie aandacht brengen. Omdat er geld nodig is om deze bijzondere film te maken, is er een crowdfundingsactie gestart. Mocht je een donatie willen doen, dan kan dit via https://cinecrowd.com/nl/het-sprookje-van-de-dood-de-film

Zouden jullie ook de Facebook pagina willen liken? De pagina is te vinden onder Het Sprookje van de Dood – de film.

Er is 1 zieltje dat ik altijd in mijn hoofd en hart heb bij het maken van deze film en dat is mijn lieve dochtertje Faye Lynn.

Mama zal altijd van je houden.
Bedankt schat, dat jij mij mama hebt gemaakt.

Kirsty Aileen

 

 

 

De liefde zal altijd blijven – door Stefanie Ramos

12 november 2015, we zitten aan tafel mijn telefoon ringelt…. een appje. Ik loop van tafel en terwijl ik mijn telefoon open stort ik tot de grond bij het lezen van één woord op mijn telefoonscherm “Hersentumor”.
“Waar?” reageer ik. “Hersenstam” krijg ik terug. Stilte…. een verschrikkelijk stilte. Een hand die mijn keel dichtknijpt. Daar is het weer: angst, wanhoop, verdriet…

Mijn collega heeft een zoontje: Imran. Imran zit bij mijn jongste dochter Loïs op de crèche in dezelfde groep. We carpoolen bij slecht weer, we gaan samen naar de Sinterklaasviering op het werk en komen af en toe bij elkaar over de vloer. Leuk contact, maar verder niet heel intens.

11054458_1012680462095324_7748572451697452337_n[23047]
Imran is ziek geworden. Hij was onophoudelijk aan het overgeven en is opgenomen in het ziekenhuis.  Eerst weten ze niet goed wat er is en denken aan een longontsteking. Tot daar het verschrikkelijk nieuws is. Een hersentumor in zijn hersenstam. Na een biopt blijkt al snel dat Imran niet meer zal genezen, de artsen geven hem maximaal een jaar.

Daar sta ik dan terug in dezelfde gang, naast dezelfde Intensive Care, met dezelfde artsen. Ik weet niet of ze me wil zien. Maar ik moet hier zijn. Alles begint me te duizelen. De kamerdeur gaat open. Daar staat mijn collega Fatine, ze laat me naar binnen. Ze is zo sterk en positief. Ik voel haar kracht door alleen maar naar haar te kijken. Imran ligt op zijn zij, hij kijkt me aan met zijn prachtige bruine ogen en zijn jaloersmakende lange wimpers. Prachtig lief mannetje, zo verzwakt dat ik ervan schrik. Ik pak zijn handje vast en vertel hoe erg iedereen hem op de crèche mist en dat hij een knuffel krijgt van Loïs en zijn juffie. Hij steekt verzwakt zijn armpjes uit en maakt een knuffelgebaar.
Fatine kruipt bij hem in bed. Ik neem afstand, maar ben daar. Alles in me zegt ook dat ik daar moet zijn. Fatine laat niemand toe, ze gaat op in Imran, haar maatje, haar alles. Ze is er voor hem en de rest doet er niet toe. Wat een liefde, wat een prachtige mama. Het ontroert me, de kracht die ze heeft en hoe goed ze haar verdriet en wanhoop kan verbergen voor Imran. Zo ontzettend trots op haar!

Even later staat ze op en kijkt me recht in mijn ogen aan. Met een strenge blik zegt ze: “Jij bent hier omdat jij nog staat!” Oftewel, ze laat me toe in deze zo intieme, liefdevolle, hartverscheurende momenten, omdat ze weet wat gaat volgen. Mijn hart breekt. Ik kan niet geloven dat wij lotgenoten gaan worden. Maar we weten het allebei. We spreken het niet uit, maar we weten het en voelen het.

In de weken die volgden ging het bergafwaarts. We wisten dat het moment zou komen, het afscheid……

Imran die altijd knuffels gaf. Waar hij was, was liefde. Ik herinner me een dag met de crèche op de kinderboerderij, hij knuffelde alle dieren die hij zag, zo stevig en intens. Elke keer moest ik weer achter hem aanrennen want hij volgde de dieren, niet de groep. Hij genoot zo intens, en ik van hem.

Hoe kon ik hem nu aankijken, wetende dat het de laatste keer kon zijn. Ik was toeschouwer. Machteloos. Ik zag zijn pijn, en de pijn van Fatine. Er is niets wat ik kon doen, behalve zijn handje strelen en hem zeggen dat ik van hem houd. En dat het oké is dat hij zijn rust mag nemen.

Op 24 december, de geboortedag van Kane, bak ik normaal elk jaar koekjes voor het kinderziekenhuis. Dit jaar had ik geen ingrediënten gehaald. Ik wist dat ik niet zou kunnen trakteren. Het is ochtend… de dag van Kane zijn geboorte. Ik pak mijn telefoon en terwijl ik een bericht lees om ons sterkte te wensen op deze dag, komt er een nieuw bericht binnen. “Imran is overleden.”

Binnen 15 minuten sta ik in die gang. Ik mag naar binnen. Daar ligt Imran. Vredig, maar overduidelijk is dat het leven hem heeft verlaten. Ik raak hem aan en geef hem een kus. Ik proef en ruik Kane. De zoete geur die hem omringde. Fatine vertelt me dat dat parfum van het paradijs is. Een parfum wat de engeltjes meenemen wanneer ze een overleden kindje komen halen. De engeltjes komen met hele lieve woorden uit het paradijs, en nemen hem mee naar een prachtige groene tuin. Vol bomen met fruit, de mooiste vogels en planten. In het paradijs wacht hem een leven met zoveel vreugde, geluk en liefde. Haar verhalen maken me blij en geven me troost. Als ik aan Kane denk is dat wat ik me ook altijd probeerde voor te stellen.

Een paar dagen later, op het werk, kan ik de duizeligheid niet meer aan. Voor de zoveelste keer voel ik me benauwd en naar. Ik voel angst, maar weet niet waarvoor. Uiteindelijk kom ik met een burn-out thuis te zitten. Ik krijg een verwijzing naar de psychosomatische fysiotherapeut. Deze zegt al snel dat mijn angst en pijn te diep zit. Dat ik dit niet met ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen en gesprekken kan overwinnen. Ze raadt me aan om met een psycholoog te gaan praten. Na een aantal gesprekken en testen blijk ik te lijden aan een posttraumatische stress-stoornis. Tijdens de gesprekken wordt duidelijk dat ik dingen heb wegstopt omdat erover praten veel te pijnlijk is.

Hoe bizar is dit? Ik praat altijd en heel makkelijk over Kane. Ik heb meegeschreven aan ‘Liever bij mij’, ik deel heel veel op Facebook en voor elke bijzondere dag heb ik iets gevonden om mijn gevoel te uiten. Ik heb het “prima” voor elkaar. Ik heb het “verwerkt” voor zover dat mogelijk is en ik sta positief in het leven…..

De waarheid is dat ik alles heb ge-sugercoat. Ik heb voor elk verdrietig moment en elke pijnlijke herinnering iets vrolijks verzonnen. Op zijn sterfdag gaan we vrolijke tekeningen krijten op de plek waar Kane gereanimeerd werd. Op zijn verjaardag ga ik koekjes trakteren in het ziekenhuis. Zolang ik maar bezig blijf en geen tijd heb om alleen te zijn met mijn pijn.

Ik besluit te starten met emdr-therapie. Therapie waar je letterlijk teruggaat naar de momenten die je hebt weggestopt, de momenten die je verscheuren, de momenten die ervoor zorgen dat je wil gillen, schoppen en slaan van verdriet. Zo moest ik terug naar het moment dat we Kane zijn kistje gingen sluiten. Ik moest vertellen wat ik zag. Hoe hij er uitzag. Wat ik voelde. Wat ik dacht. Tijdens elke sessie stroomden de tranen over mijn wangen. Zo heftig en intens had ik deze momenten zelfs in werkelijkheid niet beleefd. Ik ging kapot. Ik verdronk in mijn eigen tranen.

Na een heel heftig jaar van gesprekken en emdr-therapie, kan ik nu oprecht zeggen dat ik het kan accepteren. Mijn pijn. Het gemis. Het onrecht. Er is geen handboek of gebruiksaanwijzing voor hoe je omgaat met het verlies van je kind. Ik wilde die medelijdende blikken niet, dus ik was sterk en vrolijk en positief. Ik zette een masker op, elke dag weer. Ik deelde veel op Facebook omdat ik bang was dat mensen Kane zouden vergeten. Een soort boosheid en bewijs dat ook hij er mag zijn en nog steeds is. Ik had een script voor mezelf geschreven en wist deze rol voortreffelijk te spelen. Ik heb leren te leven hoe ik dacht dat van me verwacht werd. Ik drukte mijn verdriet met alle kracht weg, zoals een bal onder water die naar boven wil drijven. Nu is die bal met alle kracht omhoog geschoten. Ik ben alleen geweest met mijn verdriet, mijn pijn was ondragelijk. Ik heb gehuild, geschreeuwd en heel veel van me afgeschreven. Mijn verdriet mocht en mag er eindelijk zijn.

Dit verdriet is onderdeel van mij en dat heb ik geaccepteerd. Al mijn angstklachten en duizelingen zijn verdwenen. Alle energie die het me gekost heeft om de pijn te onderdrukken heeft me gebroken. En vanuit daar heb ik mezelf weer gevonden. In de pijn. In de leegte. In de eenzaamheid. Het doet er niet langer toe of anderen Kane zouden vergeten, ik voel de drang niet meer om wat te bewijzen. Hij leeft in mij, in vreugde en verdriet. Hij leeft in mijn oh zo dierbare herinneringen. En ik ben nog steeds elke dag dankbaar voor elke seconde van zijn veel te korte leventje.

Fatine is moslima, en ik, ik geloof vooral dat er heel veel is tussen hemel en aarde. En ik geloof in dat prachtige paradijs waar we elkaar weer zullen zien! Het is zo bijzonder. Uit ons verdriet is een band ontstaan die niet te omschrijven is. Wij begrijpen elkaar als geen ander, ook al zijn we totaal verschillend en geloven we totaal verschillend. We delen de liefde voor onze kinderen die niet zichtbaar zijn.

Het overlijden van een kind, is vallen en opstaan en weer vallen en opstaan. Er zit geen tijdslimiet aan, er is geen voorbeeld voor. Ik weet dat ik keek naar lotgenoten en dacht: ‘Nou dan zal het bij mij ook ongeveer zo zijn.’ Of sterker nog: ‘Dan moet ik er ook overheen zijn.’ Je probeert je vast te houden aan het proces van een ander. Want ergens wil je de bevestiging dat het ooit beter gaat worden. Dat de pijn stopt. Ik kan alleen maar zeggen, gun jezelf alle tijd en liefde. En laat de pijn toe.

De liefde zal altijd blijven, tot in het Paradijs lieve Imran en Kane!

 

liever_bij_mij_cover_def-page-001Stefanie Ramos schreef mee aan de bundel ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is hier te bestellen of bij je lokale boekhandel.

 

 

Moederdag mét en zónder kind

Maandag. “En, zijn jullie al druk bezig voor Moederdag?” vraagt Bram (9) aan zijn zusjes. Beide dames schrikken zich een hoedje en de oudste, Sara (11), herpakt zich snel en zegt “Nee! Jij wel zéker?” “Ja joh, ik ben vóór de meivakantie al begonnen met een supergeheim project.” Meneer draait zich om en knipoogt heel gemeen naar mij.

Elk jaar opnieuw symboliseert zo’n opmerking de start van vele plagerijtjes en geheimpjes om mij om de tuin te leiden en op stang te jagen. Zelf doe ik daar natuurlijk even hard aan mee… Ik beweer dan dat ik cadeautjes ga zoeken als ze naar school zijn, of dat ik in hun tas gespiekt heb of dat ik gedachten kan lezen en allang weet wat ze aan het maken zijn. De week voorafgaand aan Moederdag vind ik eigenlijk veel leuker dan de dag zelf.

Ik krijg af en toe fantastische hints, zoals “Mijn creatie is echt purrrrfect,” van Sara, en “Er zitten kraaltjes in,” van Sofie (6). Bram kwam thuis met een shirt vol rode en blauwe verf… waarvan hij beweerde dat ik “zo toch nooit kan raden wat hij aan het maken is.” Soms geven de kinderen expres iets bloot, zoals Sofie die per se haar gedichtje al wilde opzeggen, waarop ik dan weer heel hard mijn best moet doen om niet te luisteren. En soms gebeurt het per ongeluk, zoals die keer dat ik de huissleutel in Sara’s rugzak wilde stoppen en plots cadeaufolie zag… Ze reageerde toen zó geschrokken, het arme schaap, dus ik heb haar ervan verzekerd dat ik echt geen inhoud heb gezien. Zo ben ik dan ook wel weer, het moet niet ten koste gaan van de lol natuurlijk.

Ik geef ze ook hints van mijn kant. Zo staan er al zes weken bloemen hier in huis van allerlei lieve mensen die mij beterschap wensten na mijn schouderoperatie. Inmiddels hangt de mitella in de ‘boom’ (Hoera! Nog ‘maar’ 6 maanden fysio) en verwelken de laatste roosjes. “Kijk, het wordt tijd voor nieuwe bloemetjes,” knipoog, knipoog, lieve glimlach. “Ja….,” zegt Sara, “dát zou je wel willen hè!” En daarna hinnikt ze van het lachen omdat ik nog zoveel dagen in ‘spanning’ moet zitten. Enfin, we trekken ons niets aan van het commerciële gedoe en maken er ons eigen ding van. Het is traditie: mijn moeder wordt ook stelselmatig gepest in de weken voor Moederdag.

Er is nog een reden waarom ik de week voor Moederdag leuker vind dan de dag zelf. Ik mis het kindje dat nooit een knutselwerkje maken zal, mijn zoontje Lieve (die nu 7 jaar zou zijn). Ieder jaar opnieuw hoop ik dat het beter gaat, dat de mokerslag van verdriet niet aankomt. En telkens weer gebeurt het toch. Begrijp me niet verkeerd, ik ben ontzettend dankbaar dat ik moeder mag zijn van ál mijn kinderen, maar dat maakt het gemis niet minder. En het blijft onvermijdelijk dat er tussen alle mooie momenten die dag toch tranen ontsnappen. Ieder jaar weer is daar het gevoel van, wat als… Weet je, ik vind dat eigenlijk ook oké. Lieve hoort erbij in ons kinderrijke gezin. Ik mag op zo’n dag best óók verdriet voelen.
Op die momenten ben ik er dankbaar voor dat ik elk jaar een mooie dichtbundel mag samenstellen voor Moederdag, met hulp van veel andere sterrenouders. Voor mij is dat mijn cadeautje van Lieve. ❤

Waar ik dit jaar extra bij stil wil staan zijn de moeders die geen kinderen in huis hebben, de moeders die onzichtbaar zijn. De sterrenmoeder die afscheid moest nemen van haar oudste kind en waar (nog) geen broertje of zusje is. De wensmoeder die zó graag kinderen wil, maar moeilijk zwanger kan worden en vast zit in langdurige, emotioneel en lichamelijk zeer zware trajecten. De moeder in haar hart, die weet dat ze geen kinderen kan krijgen, die misschien wel tig keer wachtweken of een miskraam heeft gehad en steeds opnieuw afscheid moest nemen van een stukje hoop…

De afgelopen weken ben ik hard aan het werk geweest met de redactie van het werk ‘De hoop voorbij’ van Carla Beukers, waar ik uitgever van ben. Hierin beschrijven 27 mensen hoe het is om ongewild kinderloos te zijn. En ik zal heel eerlijk zijn, ik kan me niet voorstellen hoe het is om dit te ervaren, om hiermee om te gaan, om te rouwen om het kindje dat nooit kwam. Het lezen van hun verhalen heeft mij echter wel een zeer waardevolle inkijk gegeven in wat zij doormaken. En ondanks dat er geen kindje rondhuppelt in hun huis, zijn ook deze vrouwen moeder en deze vaders vader! Het boek heeft me geleerd dat moeder- of vader-zijn vanuit je hart komt. Of je nu wel of niet in verwachting bent geweest, of hoe lang, er is steeds sprake van een diep gevoel van gemis. Waar ligt de grens tussen dromen, verlangen, hopen en verwachten? Wat mij betreft verdienen jullie net zo hard een bloemetje op Moederdag ❤

moederdag 2015

Moederdag

Altijd mijn alles

Lieve allemaal,

covervoorkantHet is gelukt! Het project voor de dichtbundel ‘Altijd mijn alles’ gaat definitief door ❤
Ik heb al ontzettend veel mooie gedichten en lieve berichtjes voor kindjes ontvangen, bedankt voor jullie enthousiaste deelname!

Inmiddels heb ik ook afspraken gemaakt met de drukker. De bundel wordt dit jaar ietsje later geleverd dan normaal, namelijk begin mei. Nog ruim op tijd voor Moederdag en Vaderdag dus. De reden hiervoor is dat ik eind maart geopereerd word aan mijn schouder en dan 6 weken weinig tot niets kan met mijn linkerarm. Zo heb ik iets meer tijd om te herstellen voordat alle boekjes arriveren.

Dat betekent dat de deadline voor het aanleveren van de drukbestanden ook iets later valt en dat ouders die nog willen deelnemen nog de tijd hebben hiervoor 🙂

Je kunt tot 20 maart een berichtje voor je kindje (max. 140 tekens) of een gedichtje insturen (zolang er ruimte is in de bundel).

‘Altijd mijn alles’ is vanaf vandaag te reserveren in de webshop.

Wil je de bundel meteen ontvangen als ‘ie er is in mei? Dan bestel je het beste in maart! Ik maak je pakketje dan vast klaar.
Wil je naast de dichtbundel ook een naamengeltje bestellen? Bestel dan UITERLIJK 28 maart, hierna kan ik namelijk helaas tijdelijk geen engeltjes maken! Ik heb hier echt beide handen voor nodig en de kans is groot dat het voor Moederdag dan niet meer lukt.

Ik hoop dat jullie zo alle info hebben 🙂 Heb je nog vragen, dan mag je die hieronder stellen of via de mail!

Meer info over de bundel? Lees dan hier verder…

Liefs,
Irene

 

Bundel Moederdag/Vaderdag 2017

Lieve allemaal,

Het project ‘Kindje in mijn hart’ startte in 2015 als een cadeautje voor Vaderdag en Moederdag, een blijvend eerbetoon aan de liefdevolle herinneringen van ouders die een kindje ontbreekt. Zeker op bijzondere dagen is het gemis dat zij ervaren extra aanwezig en dan is het fijn om te zien dat ook het kindje dat er niet meer is, altijd bij het gezin zal horen. Een boekje dat een stukje troost brengt op moeilijke dagen, met lieve gedachten en fijne herinneringen.

In 2015 verscheen de bundel ‘Kindje in mijn hart’ (helaas uitverkocht) met gedichten van ‘Kusje in de wind’ en in 2016 kwam daar een tweede bundel bij, waarin ook gedichten van ouders en andere familieleden werden opgenomen. In 2017 start ik het project graag opnieuw op, mits er voldoende animo is om de kosten te dekken. De projecten van ‘Kusje in de wind’ dragen zichzelf op basis van jullie steun, waar ik heel dankbaar voor ben.

Ook dit jaar mogen jullie weer mee-dichten! Je kunt je gedicht toesturen in een word document naar kusjeindewind@gmail.com. De spelregels vind je onderaan dit bericht, lees deze alsjeblieft goed door!

Daarnaast is het ook weer mogelijk om je kindje te laten vermelden in de bundel. De afgelopen twee jaar werd dit gedaan op basis van naam en data, maar dat wil ik in 2017 graag anders gaan doen. Een aantal ouders hebben namelijk de wens uitgesproken om ook andere dingen te vermelden. Je mag zelf een korte boodschap voor/over jouw kindje(s) schrijven, met of zonder data. De volledige tekst mag maximaal uit 140 tekens bestaan. Deze kun je mailen naar kusjeindewind@gmail.com. (ps. dit is ongeveer 1,5 regel in Arial lettertype grootte 12 in een word document / 22 woorden)

Je bijdrage voor inschrijving is 10 euro, je ontvangt hiervoor ook een bundel thuis. Deze kun je vanaf maart bestellen en afrekenen in de webshop. Je ontvangt hier te zijner tijd een e-mail over. Inschrijven is mogelijk tot en met 8 maart.

De regels voor gedichten:

– Je gedicht heeft betrekking op het onderwerp van de bundel: het gemis van een kindje, Moederdag/Vaderdag; verbinding, liefde, herinneren, gemis, troost etc.
– Je mag maximaal 3 gedichten insturen in een word document, voorzien van je naam, adres en e-mail. Onder het gedicht mag je de naam (en eventueel de data) vermelden van het kindje aan wie het gedicht is opgedragen.
– Het gedicht is door jou zélf geschreven, in het Nederlands, en schendt geen auteursrechten.
– Ook gedichten voor kinderen zijn welkom.
– Door in te sturen ga je akkoord met een eventuele plaatsing.
– Let op taal- en spelfouten.
– Je gedicht is niet langer dan 1 A4-tje.
– Geplaatste dichters ontvangen geen royalty’s, maar wel een lief cadeautje bij hun bestelde bundel.
– Gedichten die in aanmerking komen voor plaatsing worden binnen een week na inzending aan de dichter bekend gemaakt.
– Gedichten die niet direct in aanmerking komen voor plaatsing worden in overleg of via een dichtworkshop nogmaals bekeken en (door dichter zelf of redacteur) aangepast voor mogelijke plaatsing.
– Uit alle inzendingen worden vijf gedichten gekozen die voorgelegd worden aan een publieksjury via de Facebookpagina van Kusje in de wind. Alle vijf ontvangen zij een gratis bundel, de winnaar krijgt een mooi cadeau erbij.
– De organisatie beslist over het al dan niet plaatsen van een gedicht.
– De doorgang van deze schrijfwedstrijd is afhankelijk van voldoende deelname.
– Gedichten kunnen worden ingestuurd tot 8 maart.
– Insturen naar kusjeindewind@gmail.com

Veel inspiratie toegewenst en liefs,

Irene