Zoveel jaren zonder jou, Axel* – door Milanda

20 jaar geleden was ik aan mijn laatste werkdag op school begonnen. Heerlijk zwangerschapsverlof, genieten van thuis, de laatste voorbereidingen voor je geboorte. Ons 4e kindje. Ons geluk was groot.

Ik bracht je broertje van 2 die ochtend met de fiets naar de crèche. Het ging nog maar net.

We hadden met papa samen plannen gemaakt voor deze woensdagmiddag. Op het menu stond: wentelteefjes. Jippie, lekker. Terwijl jij heerlijk aan je middagslaapje begon ging ik met je grote zussen even naar de markt. Eenmaal thuis was er onrust bij papa. Axel was schreeuwend wakker geworden die middag en kon nog moeilijk op zijn beentjes staan, hij had overgegeven. We besloten maar even de dokter te bellen.

Gelukkig konden we nog terecht. Hij onderzocht ons manneke maar kon niks verontrustends vinden.

Het enige vreemde was zijn ondertemperatuur. Met de boodschap: even goed blijven opletten en anders morgen terugkomen gingen wij huiswaarts.

Vreemde gedragingen bleven er volgen. In het grote bad kon jij niet meer rechtop zitten en voor ik het wist veranderde je lijfje in een zielig hoopje. Bijna verdronk je in het badwater. Pfff…. Maar ja, zei ik tegen mezelf: er is toch niks, we zijn net bij de dokter geweest.

Met mijn dikke buik en 38 weken zwanger dwong mijn maatje me om zelf lekker rust te nemen.

Een stemmetje was het er niet mee eens, maar ik dwong mezelf dit advies aan te nemen. Niet beseffende dat dit mijn laatste levende contact zou zijn. Die ochtend werd ik wakker en begon ik aan mijn vaste rituelen van de ochtend. Zou Axel nog slapen??? Misschien handig als ik even ging kijken en zo nodig de dokter kon bellen. Ik liep naar binnen zoals elke ochtend, zingend… Er kwam geen reactie. Vreemd. Ik pakte hem vast. Koud. Ik keek naar hem, maar wilde niet geloven wat ik daar zag. Een nachtmerrie die ik nooit meer kwijt zal raken, die blijvend zal afspelen in mijn leven, elk jaar weer op die dag. Een donderdag. Ik weet het nog alsof het gisteren was.

Terwijl ik dit schrijf zijn we 20 jaar verder en komt onze jongste net de woonkamer binnen.

Hij werd 4 weken na dit intense verlies geboren. Een nieuw wonder. Ik heb nog steeds moeite met het woord vertrouwen, want dat is geknakt en zal altijd een breuk blijven houden. Ik heb weer liefde gevoeld in de jaren erna. Moeilijk was het om dit toe te laten. De rouw doet pijn omdat de liefde blijft. Mijn gezin werd heel hecht. Zeker toen we 6 jaar later ook van papa Wim afscheid moesten nemen. We zijn het leven blijven vieren. Geliefde plekken worden bezocht. Lekkere recepten blijven we koken. Geliefd gebak wordt geregeld bij de bakker gekocht. Afgelopen jaar verkochten we ons (t)huis en namen we met ons gezin afscheid van de mooie en trieste jaren op deze geliefde plek. We stookten fikkie en haalden herinneringen op. We lachten en tranen liepen over onze wangen van blijdschap en verdriet. We liepen nog een keer door ons Huis en sloten het met de sleutel af om een nieuwe deur open te maken in een ander Huis.

De liefde voor onze sterren ging mee in ons hart. Dit jaar werd ik oma van kleinzoon Finn. Als hij groter is zal ik hem vertellen over zijn veertje’s oom Axel in een mooi eigen gemaakt verhaal.

Het complete verhaal van Milanda en Axel* lees je in Liever bij mij…

axel.jpg

Advertenties

Sterrenmoederdag

covervoorkantMoederdag. Dit jaar laat ik graag andere moeders vertellen hoe zij denken over Moederdag. Waar zij mee worstelen en van dromen. Hun verlangens en gemis. Woorden die het verdienen om gehoord te worden, Moederdag voor álle moeders. Ik heb moeders gevraagd te delen wat zij het mooist en moeilijkst vinden op Moederdag via Facebook. Daarnaast zijn er enkele mooie blogs ingezonden. Dank jullie wel ❤

Liefs Irene

Ineke geeft op haar blog Broken but real haar visie over Moederdag en hoe dat bij hen gevierd wordt. “Een dag om moeders te eren. Een dag om moeders te herdenken als ze er niet meer zijn. Een dag om moederharten te erkennen. Harten die verlangen naar een kind dat er niet kwam. Harten die gebroken zijn omdat het kind dat er was, is overleden. En harten die het geluk hebben kinderen op te mogen zien groeien met alles wat daarbij komt kijken….”

“Zondag is het moederdag. Die ene plek in ons gezin blijft oorverdovend leeg. We zijn niet de enigen. Ik voel me verbonden met al die andere mama’s van onzichtbare kinderen. Mama’s waarvan jij en ik misschien niet eens weten dat ze diep in het verborgene mama zijn geweest. Mama’s die in hun zwangerschap hun kindje al terug moesten geven. Mama’s die al zoveel jaren geleden hun kindje verloren, waardoor wij misschien niet eens beseffen dat ze kinderen hebben gehad. Mama’s die al een toekomstbeeld voor ogen hadden met kindjes op hun bed, maar bij wie het bed nu zo leeg blijft, omdat hun kinderwens (nog) niet vervuld werd.” Vertelt Arianne op haar blog Zwarte Roze Wolk

Marieke geeft woorden aan haar droom met Moederdag….
“Hoewel ze maar zeer kort in ons leven aanwezig was zijn wij toch zeer blij dat ze er voor altijd voor zal zijn; stil in ons hart waar  zoveel plaats is voor haar. Ik ben blij dat ze er is:

Het gras buigt voor jou als je huppelt over onze uitgestrekte weide.
Vlinders fladderen mee op het ritme van jouw dansende haren.
Bloemen draaien zich nieuwsgierig in jouw richting.
Het gezang van de vogels verandert in een betoverend orkest.
Het is windstil en de horizon kleurt lichtroze.
Daar ga je weer, hoog, boven op jouw wolk.
Ik zie je terug, lieve Maria, in mijn droomwereld.”

Moederdag is voor sterrenouders bij uitstek een dag waarop rouwgevoelens meer op de voorgrond treden dan anders… Het gemis is meer aanwezig dan anders. Myrthe benoemt het rouwmonster in de eerste periode na het verlies van een kindje op haar blog Life without Sue…. “Het rouwmonster. Niemand die je vertelt hoe je het rouwen het beste aan kan pakken, want daar is gewoonweg geen handleiding voor. Zoek het zelf maar uit en kijk maar wat je doet, zo voelt het. In het begin is de omgeving zeer betrokken en de kaartjes, berichtjes, bloemetjes en andere blijken van medeleven vliegen je om de oren…”

Natuurwet van gemis

“De scherpte gaat ervan af, maar het gemis wordt steeds groter,” hoor ik wel vaker zeggen. En weet je, ergens is dat ook zo. Je leert omgaan met je gevoelens, te overleven en later ook weer te léven, je leert dat het verdriet om je kindje voortaan bij je hoort. En het gemis groeit tegelijk met je kindje mee. Je mist na enkele jaren niet alleen de baby die er zou zijn, maar ook de peuter, de kleuter, de tiener en later de volwassene die jou zou zien als steun en toeverlaat bij moeilijkheden in het leven.

Er zijn echter dagen waarop die natuurwet van het gemis geen grip lijkt te hebben, momenten waarop de pijn in alle hevigheid aanwezig kan zijn, je kan overvallen, verlammen en verdrinken. De golven van verdriet zijn dan zo sterk dat verzet of ‘dapper zijn’ geen zin heeft. Vaak weet je vooraf wel wat die moeilijke dagen zijn, waarin je terug wordt geslingerd naar het verleden, maar soms overvalt het je geheel onverwacht.

Moederdag en Vaderdag zijn precies van die dagen waarop ouders die een kindje missen worstelen met hun emoties, waarop het gemis fysiek voelbaar is en het verdriet alom aanwezig. Het zijn tegelijk ook dagen waarop je veel liefde en trots voelt voor je kindje en behoefte hebt om dat te delen, om te vertellen, een luisterend oor te vinden en een arm om je heen. Daarnaast zijn het ook nog eens dagen waarin de buitenwereld vol triggers zit, die je vertellen dat Moederdag en Vaderdag gevuld zijn met vrolijkheid en lachende kinderen die springen op bed.

Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat niet iedereen ouder kan zijn, een kindje dicht bij zich heeft of zelf een ouder mist. En dat veroorzaakt een gevoel van eenzaamheid, en soms ook schuld naar de andere kinderen toe als die er zijn, wanneer je dan toch ervaart dat het allemaal niet zo eenvoudig is. Dat je het kindje dat er niet bij kan zijn, gewoon ontzettend mist en je overmand voelt door emoties.

De bundel Sterrenkusjes is er om je te laten zien dat je niet alleen bent in je momenten van verdriet met die bijzondere dagen. Vele ouders delen hier hun gedichten en weer anderen hebben ervoor gekozen hun kindje achter in het boekje te laten vernoemen. Opdat hun woorden en gezelschap een stukje troost mogen bieden, herkenning en erkenning van je gevoelens. Naast liefde en trots, hebben ook verdriet en gemis hun plekje als twee zijden van dezelfde medaille.

De komende week vind je elke avond een van de mooiste gedichtjes uit de bundel op Facebook, willekeurig gekozen ❤

Liefs,
Irene

milky-way-916523_1280

 

 

Dichtbundel Sterrenkusjes

Lieve allemaal,

De mogelijkheid om gedichten in te zenden is vanaf vandaag helaas gesloten! Je kindje laten vernoemen kan wel nog tot en met vrijdag, hier zijn nog maximaal 20 plekjes vrij. Inschrijven kan hier.

Dit jaar zijn er ontzettend veel mooie gedichtjes ingezonden, wel 50 stuks! Dank jullie wel allemaal  De allermooiste gedichten krijgen binnenkort ook een plekje op de facebookpagina en het blog.

Liefs,
Irene

wolken dichtbundel 2018

Wat als je anders rouwt? – door Luc en Shirley

lovers-2761551_1920Luc en ik zijn eigenlijk twee tegenpolen. Luc is een binnenvetter die voor de buitenwereld de lolbroek uithangt en ik ben een prater die lang kan nadenken. Dit is iets dat vooral in de verwerking van het verlies rondom Nino erg botste.

Toen ik half september weer aan het werk moest, merkte ik eigenlijk pas wat voor klap ik had gehad. Ik kon mijn aandacht niet bij mijn werk houden, voelde me erg labiel en had weinig fut. Ik zocht psychologische hulp en heb in overleg met de bedrijfsarts afgesproken om therapeutisch te gaan werken. Langzaam aan ben ik door die gesprekken gaan inzien dat ik nog altijd diegene ben die ik voor de gebeurtenissen was, alleen was ik mezelf even kwijt. Na een dik half jaar heb ik de therapie succesvol afgerond, ik had mezelf weer terug gevonden. Ik was toen en ben ook nu nog altijd niet over de gebeurtenissen rondom Nino heen en dat kan ook niet, want het verlies van je kind blijft een impact hebben op je leven. Het gaat nu steeds wat makkelijker, maar het gemis blijft. Op momenten dat ik niet goed in mijn vel zit kan ik erg negatief gaan denken en twijfel ik ook of wij wel de juiste keuze hebben gemaakt. Maar als ik goed en logisch denk weet ik dat Nino echt geen kans had en dat we voor ons de juiste keuze hebben gemaakt.

Luc is lang zonder hulp doorgegaan. Iedereen merkte dat hij niet goed in zijn vel zat, maar hij wilde het zelf niet inzien. Hij is een gevoelig persoon die niet over zijn gevoelens kan praten. Dit is lang zo gebleven, totdat het tussen ons zo erg ging botsen dat ik heb aangegeven dat als hij niet zou veranderen ik het niet lang meer vol zou houden met hem. Dit was ongeveer driekwart jaar voordat we zouden gaan trouwen. Onze dochter Fenna, die een jaar na Nino geboren is, was inmiddels bijna anderhalf jaar oud.

Zijn vrolijkheid verdween steeds meer, hij was snel geïrriteerd en een normaal gesprek voeren kon vrijwel niet omdat bijna alles in het negatieve getrokken werd. We hadden bijna dagelijks woorden om de stomste dingen en wanneer de irritaties hoog waren opgelopen ging hij weg, sloeg met deuren en stampte de trap op naar boven. Een enkele keer ging hij ook van huis weg. Even een frisse neus halen en alles laten bezinken. Op zo’n moment konden we niet met elkaar praten. Doordat hij geïrriteerd was werd ik het ook en dat botste dan nog meer. De druppel voor mij, de reden waarom ik ‘eiste’ dat hij hulp zou zoeken, was dat hij zelfs naar onze dochter toe geïrriteerd ging reageren als ze niet luisterde of huilde om niks. Ik dacht toen: ‘als je tegen mij zo doet, ik kan het enigszins hebben, maar een kind kan er niks aan doen dat jij niet lekker in je vel zit.’ Ze was immers te klein om te begrijpen waarom papa zo deed.

Dit kwam ook ter sprake tijdens een etentje met Luc’s neef en diens vrouw. Het is familie, maar eigenlijk zijn het ook geweldige vrienden waar je altijd op kunt rekenen! Op dat moment bood de vrouw van Luc’s neef, die zelf maatschappelijk werkster is, aan om Luc te helpen. Als hij er behoefte aan had kon hij met haar komen praten. Gelukkig nam hij dit aanbod aan en na verloop van tijd veranderde Luc weer in die leuke, lieve en vrolijke man waarop ik jaren terug zo verliefd was geworden. Maar ook voor hem blijft het met momenten nog steeds erg moeilijk.


lieverbijmij_cover_3dLuc en Shirley schreven mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je hun verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

Sterrenkusjes

wolken dichtbundel 2018Nooit had ik verwacht dat ik dit project dit jaar voor de vierde keer op rij samen met jullie zou draaien. Ik ben er dankbaar voor om de namen van jullie kindjes te mogen noemen en samen vorm te geven aan de gedichten in de bundel. Het lieve boekje dat ieder jaar verschijnt als cadeautje voor Moederdag en Vaderdag blijkt zeer geliefd en telkens weer ontvang ik in december al e-mails met vragen over het dichtbundelproject voor volgend jaar. Het bijzondere aan dit project is dat het niet alleen een co-creatie is, maar ook door ons allemaal gedragen wordt. Zo houdt het zichzelf in stand en verschijnt er ieder jaar weer een mooi en liefdevol kunstwerkje.

‘Kindje in mijn hart’ startte in 2015 als een blijvend eerbetoon aan de liefdevolle herinneringen van ouders die een kindje ontbreekt. Zeker op bijzondere dagen is het gemis dat zij ervaren extra aanwezig en dan is het fijn om te zien dat ook het kindje dat er niet meer is, altijd bij het gezin zal horen. Dit jaar verschijnt de vierde bundel onder de naam ‘Sterrenkusjes’.  Ik hoop dat het project opnieuw een stukje warmte, troost en liefde mag brengen op moeilijke dagen.

Er zijn inmiddels al heel wat prachtige gedichten ingezonden, maar er is zeker nog ruimte voor een paar prachtige parels! Wacht echter niet te lang met dichten en inzenden, want als de bundel vol is, is hij vol… Je kunt je gedicht toesturen in een word document naar kusjeindewind@gmail.com. De spelregels vind je onderaan dit bericht, lees deze alsjeblieft goed door!

Daarnaast is het mogelijk om je kindje te laten vermelden in de bundel. Je bijdrage voor inschrijving en/of het plaatsen van een gedicht is €10,- en je ontvangt hiervoor ook een bundel thuis. Je kunt de inschrijvingskosten voldoen door de bundel in de webshop te bestellen.

Inschrijven kan zowel via de webshop als via mail: kusjeindewind@gmail.com
Vermeld s.v.p. de volgende gegevens indien van toepassing:
Naam (+ evt. achternaam), datum hartje, datum sterretje.

Mails over de dichtbundel worden élke vrijdag beantwoord.

De regels voor gedichten:

– Je gedicht heeft betrekking op het onderwerp van de bundel: het gemis van een kindje, Moederdag/Vaderdag; verbinding, liefde, herinneren, gemis, troost etc.
– Je mag maximaal 3 gedichten insturen in een word document, voorzien van je naam, adres en e-mail (in het document). Onder het gedicht mag je de naam (en eventueel de data) vermelden van het kindje aan wie het gedicht is opgedragen.
– Het gedicht is door jou zélf geschreven, in het Nederlands, en schendt geen auteursrechten. Je mag dus géén teksten van anderen gebruiken.
– Ook gedichten voor en dóór kinderen zijn welkom.
– Door in te sturen ga je akkoord met een eventuele plaatsing.
– Let op taal- en spelfouten.
– Je gedicht is niet langer dan 1 A4-tje.
– Geplaatste dichters ontvangen geen royalty’s, maar wel een lief cadeautje bij hun bestelde bundel.
– Gedichten die in aanmerking komen voor plaatsing worden binnen een week na inzending aan de dichter bekend gemaakt.
– Gedichten die niet direct in aanmerking komen voor plaatsing worden in overleg of via een dichtworkshop nogmaals bekeken en (door dichter zelf of redacteur) aangepast voor mogelijke plaatsing.
– Uit alle inzendingen worden de mooiste gekozen en geplaatst op de Facebookpagina van Kusje in de wind.
– De organisatie beslist over het al dan niet plaatsen van een gedicht.
– De doorgang van deze schrijfwedstrijd is afhankelijk van voldoende deelname.
– Gedichten kunnen worden ingestuurd tot 22 februari.
– Insturen naar kusjeindewind@gmail.com

Veel inspiratie toegewenst en liefs,

Irene

————————————————

De dag dat mijn hart brak

18 januari 2010

Het is op een maandag, de dag dat mijn hart breekt.

En de film, die zich telkens weer in mijn hoofd blijft afspelen, begint voor het stoplicht. Ik heb net in allerijl onze oudste dochter Sara naar school gebracht en voer een persoonlijke oorlog met de klok om op tijd bij de verloskundige te zijn. Voor een controle, een standaard check-up, meer niet.

Haar kleine broertje Bram zingt op de achterbank een liedje terwijl ik met hartkloppingen voor het rode licht sta. Dat gebeurt de laatste tijd veel te vaak, dat die klomp vlees in mijn borstkast het bloed op grote snelheid door de aderen pompt. Alsof het ding een onzichtbare race loopt tegen de tijd. Een tikkende tijdbom van stress, dat is het. Al weken rol ik ’s morgens mijn bed uit met hartkloppingen van al dat gehaast. Opstaan, aankleden, eten en in de auto springen. School, dagopvang, werk en ’s avonds weer omgekeerd. Ik heb het zo druk met al die dagelijkse bezigheden dat er geen tijd is om te reflecteren op het feit dat ik eigenlijk helemaal niet zo wil leven. Dat ik dat geen leven vind. Ondanks dat velen van ons het zo leiden…

Het rode licht is de druppel. Ik hoor de ergernis in mijn ademhaling en zie tegelijkertijd een prachtig winterzonnetje door het raam naar binnen komen. Het aait de gebouwen aan de overkant van de straat zachtjes over hun dakpannen om vervolgens mijn gezicht te verwarmen door het glas. Om het stoplicht goed te kunnen zien knijp ik met mijn ogen waarbij er gekleurde vlekken in mijn blikveld ontstaan. Enigszins verbaasd dat dit mooie verschijnsel toch plots mijn aandacht trekt, lijk ik even tot rust te komen. En dan springt het licht op groen. In het oversteken van de kruising besluit ik zoonlief maar even op sleeptouw te nemen naar de verloskundige, om nog enigszins stipt aan te komen. Het is toch een standaard controle, niks spannends aan.

Nooit had ik kunnen vermoeden dat deze dag de haast voorgoed uit mijn leven zou halen.

Omdat ik vrij laat ben mag ik direct doorlopen. Met mijn zoon op de arm wandel ik gehaast naar binnen en zet hem aan het tekentafeltje dat de verloskundige speciaal voor grote broers en zussen van ongeborenen heeft ingericht. Eigenlijk wil ik er maar snel vanaf zijn vanochtend, dan kom ik niet zo vreselijk laat aan op het werk. Want ik weet dat er op maandag altijd een enorme stapel dossiers klaarligt.

Gedachteloos plof ik op een van de stoelen neer die in de spreekkamer staan voor aanstaande ouders en beantwoord de standaard vraagjes op dezelfde manier.

“Je hebt weinig te melden dit keer,” zegt de verloskundige lachend.

Ik glimlach terug. “Tja, met de derde weet je wel ongeveer hoe het gaat hè?” Ik heb geen zin om de vermoeidheid waar ik al maanden onder gebukt ga weer aan de kaak te stellen, vanwege het hoge ik-ben-weer-aan-het-zeuren gehalte dat daarmee gepaard gaat en daarnaast is er bloedonderzoek geweest maar kon men geen oorzaak vinden.

Dan kijkt ze me serieus aan en antwoordt: “Als er toch iets is, dan mag je dat altijd zeggen.”

Ze vraagt me plaats te nemen op de bank en meet mijn bloeddruk. Die is prima. Ik kijk ondertussen de kamer rond om te zien wat kleine Bram aan het uitspoken is. Hij zit ontzettend lief te tekenen aan dat tafeltje, je zou haast vergeten dat hij erbij is. Zo gaat dat wel vaker met hem, hij gaat zo op in bezigheden dat je hem niet hoort. Hij is zo rustig en lief. Tegelijkertijd loert daar echter het gevaar dat ik hem onbedoeld te weinig aandacht zou kunnen geven. Gelukkig komt ‘ie wel altijd een knuffel halen wanneer hij daar zin in heeft.

Eigenlijk is het nu een kwestie van even snel hartje luisteren en dan weer verder met het programma voor die dag. Het is zo’n ‘even gauw tussendoor’-afspraak, die twintig weken check. Vrijdag staat ‘de grote echo’ gepland en daar gaat al mijn aandacht naartoe. Om eindelijk dat kleine frutseltje weer te zien, al is het maar op zwart-wit. Die echo is waar ik zo ontzettend naartoe leef, want die zal echt maken wat nog steeds een beetje onwerkelijk voelt, dat er een kindje in mijn buik groeit.

Die echo hebben we nooit gehaald.

Op verzoek van de verloskundige ga ik liggen en ontbloot mijn buik. Toch telkens weer met zekere gêne, want de strijdwonden van mijn vorige zwangerschappen zijn duidelijk zichtbaar. Slecht bindweefsel zit in de familie, zei iemand mij ooit. Ik weet niet meer wie, maar feit is dat ‘strak in het vel zitten’ nu voorgoed tot het verleden behoort.

De verloskundige pakt haar doptone en zet het microfoontje op mijn buik. Het is alsof er een storm door het ding raast. Een hard ruisend geluid vermengd met klotsend water, zoals je dat tegen je roeibootje aan hoort breken als je verdwaalt op de Middellandse zee. In gedachten kijk ik uit over de rand van de boot, naar de uitgestrekte wateren die nooit lijken te eindigen. Het is ondertussen dichter bij de waarheid dat onze baby is verdwaald op de grote oceaan van het bestaan, dan dat hij rondjes zwemt in mijn buik.

Plots stopt het geluid. Er is niets meer. Het is helemaal stil. Té stil. Ondertussen beweegt de doptone kris kras over de landkaart die zich aftekent op mijn buik. Ik voel mijn tenen krommen en knijp nerveus in de opgerolde trui tegen mijn ribbekast. Die halve minuut, dertig seconden die veel langer lijken te duren, is mijn kindje levend noch dood. Ze kan hem gewoon niet vinden.

En ook ditmaal hoor ik het ruisen, het ruisen van het bloed in mijn eigen aderen. Dat wat je hoort, wanneer je een schelp tegen je oor houdt. Een engte breidt zich uit naar mijn keel, paniek. Het gevoel dat ik stik, dat ik me ergens aan vast moet houden terwijl alles om mij heen wegvalt, beneemt mijn adem. Ik kijk naar haar, naar hoe ze vertwijfeld zoekt naar een hartslag. Naar hoe zij zelf ook nerveus lijkt te raken.

Ze kijkt me aan en lacht onverwachts. “Die kleine is zich aan het verstoppen, het is vast een meisje.”

In de tijd die ze nodig heeft om het echoapparaat naar de tafel toe te trekken lukt het me om even adem te halen. Al mijn hoop is gevestigd op die ene leugen, dat baby’s zich kunnen verstoppen in moeders buik. Ik wil gewoonweg niet geloven dat het mis is en dwing mezelf tot ontspannen, probeer terug te keren op aarde. ‘Adem in, adem uit. Laat de behandeltafel los en ontspan de krampachtig samengetrokken spieren in heel je lijf,’ vertel ik mezelf. Niet dat het helpt.

“Eens even kijken”, zegt de verloskundige terwijl ze mijn buik volspuit met gel, “nu kan die niet meer ontsnappen.”

Eerst het apparaat op mijn buik en daarna klikt ze het scherm pas aan.

Als mijn hart ooit stil heeft gestaan dan is dat op dit moment geweest. Want daar ligt de verstoppende baby, op de bodem van mijn baarmoeder. Opgerold tot een balletje. Als een omgekeerde zwart-wit film ligt daar onze baby afgetekend in het wit. Eng stil, maar tegelijkertijd verbazingwekkend vredig. Gebiologeerd kijk ik ernaar, niet in staat zelf te schakelen, conclusies te trekken of iets te voelen. Er is alleen maar kijken.

In eerste instantie is dat beeld vervreemdend, want baby’s horen rond te zwemmen. Dat hij of zij ligt te slapen, schiet nog even door mijn hoofd. Vooral in mijn panische poging beweging in de ledematen te signaleren, lijkt dat een vrij waarschijnlijke verklaring. Het zijn maar seconden waarin dit kijken plaatsvindt, want de verloskundige heeft het meteen gezien. En dan zie ik het zelf ook. Er is geen zwart-wit flikkerend ding te vinden in dit ongeboren kind. Het hartje klopt niet. Waar geen bloed stroomt, kan ook geen leven zijn. Vol ongeloof staar ik naar het scherm. Zonder iets te zeggen, want als het uitgesproken wordt dan is het echt waar.

“Ik zie geen hartactie meer,” verbreekt zij de stilte.


 

sneeuwDit is een fragment uit het e-book ‘Kusje in de wind‘.

 

Onmogelijke keuze – door Cindy Alaerts

twee_engelenmeisjes_-_voor-page1Ouders, schoonmoeder, vrienden, iedereen huilde met ons mee. Het zoontje van mijn vriendin vroeg me of dit zijn schuld was. Hij lustte de koek van de bakker niet en ik had die opgegeten. Nu waren de baby’tjes er ziek van geworden.

Niemand had hieraan schuld. En hoe konden wij een beslissing nemen? Mochten wij de kinderen dit aandoen? En onszelf? Ik droeg twee zieke kindjes in mijn buik. Hoe lang zou ik deze zwangerschap nog volhouden? Wetend dat ik hen binnen hun eerste drie levensjaren moest laten gaan…

Had ik mezelf ook niet altijd voorgenomen en zelfs al overlegd met mijn man dat indien er iets mis was, we de zwangerschap zouden stopzetten? Waarom viel een beslissing me nu dan zo zwaar? Mijn twee prinsesjes laten gaan… kon ik dat wel?

Binnen enkele weken was het Kerstmis. Ik kon die periode niet door met twee zieke baby’tjes in mijn buik. Ik hield zo onbeschrijfelijk veel van hen. Mocht ik kiezen of zij zouden leven of niet? Ik wilde geen moordenaar zijn.

We zijn thuis Katholiek opgevoed en moesten op zondag mee naar de kerk tot we 18 jaar werden. Abortus is taboe voor ons. Mijn ouders hadden voor mij nog een dochtertje en moesten haar laten gaan na tien maanden. Zij had een afwijking aan het 18e chromosoom en had daardoor een hartafwijking en een mentale handicap. Nog voor ze oud genoeg was om te opereren, is zij overleden. Wie het geluk heeft zwanger te zijn, zorgt voor zijn kinderen als dat enigszins mogelijk is. Dat was één van de waarden en normen die we van thuis uit meekregen, en waar ik absoluut akkoord mee ben.

Lennard was al acht jaar, bijna negen, en ik wou graag meer kinderen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om een gezond kind te laten wegnemen. Ik was in de wolken met deze zwangerschap. Als je dan zulk slecht nieuws krijgt, hoop je toch nog steeds op een klein lichtje in de duisternis, op een sprankeltje hoop dat alles goed komt. Kon met een operatie niet alles recht gezet worden, waar de natuur een foutje had gemaakt? De wetenschap was toch al ver gevorderd, misschien konden we geholpen worden? Maar de specialisten in universitair ziekenhuis waren duidelijk: dit kwam niet goed. Nooit…

Uren, dagen hebben we gepraat. We hadden elkaar beloofd dat indien er iets mis zou zijn, we de zwangerschap zouden stopzetten. Zoals ik op het kaartje schreef, dat ik maakte voor de geboorte van de meisjes: “Ook al was de beslissing moeilijk, als er geen eerlijke kans is, geen menswaardig bestaan, zei iets in me dat we onze tweeling moesten laten gaan.”

Ik ben lang boos geweest omdat ik zo’n moeilijke keuze moest maken. Mijn emoties waren net een rollercoaster. Maar ik vond toen, en nu nog steeds, dat je je kinderen een leven als een plant niet mag aandoen, omdat je hen niet wil laten gaan.

Op 19 december, in de eerste winterkou, gingen we naar het ziekenhuis. We kregen een kamer beneden, in het bevallingskwartier. Maar wel een beetje aan de zijkant. Toch hoorde ik de andere vrouwen bevallen en de baby’s huilen. Ik probeerde me hiervoor af te sluiten, het niet te horen. Maar dat lukte me niet. Het deed me pijn, ik werd misselijk van verdriet als ik een mama hoorde huilen van blijdschap als ze bevallen was. Mijn maag draaide zich om als een kersvers geboren baby’tje schreeuwend de wereld aanschouwde en ik wist dat mijn baby’tjes straks niet zouden huilen.

 

lieverbijmij_cover_3dCindy (Babbe) schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.

 

Lieveheersbeestje

Aangezien het bijna Kerst is én deze week het e-book van Kusje in de wind verschenen is, deel ik vandaag graag een stukje over Kerstmis zonder, en toch ook mét, Lieve* op het vrijdagblog ❤

Kerstavond 2011

“Waarom kijk je zo verdrietig mama?” Fluistert Sara zachtjes in mijn oor. Ondertussen staat ze te draaien op haar nieuwe schoenen, balancerend op het voetenbankje in de kerk. Het schijnsel van de vele lampjes laat haar ogen mooi glinsteren in het donker. Met haar ene hand hangt ze aan de houten rugleuning van de bank voor ons en ondertussen laat ze haar bovenlichaam zo ver mogelijk naar voren vallen. Als ze een van haar benen de lucht in zou gooien was het net een ballerina. Ik voel haar lange, losse haren kriebelen in mijn nek. Terwijl ze praat blaast ze zachtjes in mijn oor. “Ik mis Lieve* altijd een beetje meer dan anders met kerst,” antwoord ik eerlijk.

Sara’s ogen lichten op. “O ja, Lieve*,” zegt ze vrolijk. “Die was ik bijna vergeten!” Ik leg mijn wijsvinger tegen mijn lippen en zeg “sst”, om Sara’s steeds harder wordende stem te dempen. “Maar nu weet ik het weer hoor,” vertrouwt ze me toe. Dan draait ze zich om en zet een paar stappen richting opa en oma die verderop een plekje hebben. “Het was een jongetje, toch?” Wil Sara nog weten voordat ze verder loopt. Ze kijkt even achterom en giechelt er een beetje bij, wetende dat haar vraag eigenlijk overbodig is. Ik knik instemmend en besteed er verder geen aandacht aan. Misschien doet Sara dat wel om te bewijzen dat ze het echt nog weet. Alsof ik daaraan twijfel.

Ik vraag me af of ik het haar kan uitleggen. Hoe je iemand die er niet meer is, juist meer mist op momenten dat diegene heel dichtbij is. Er zijn dagen dat je die persoon bijna kunt zien. Met kerst, een verjaardag of andere bijzondere momenten. Wanneer je eigenlijk met zijn allen bij elkaar hoort te zijn. Als gezin. Of familie. Vrienden. Je mist je kind, broer of zus, ouders, vriend of grootouders. Het is als een spiegeling in de ruiten. Een vage schim op de muur. Je weet dat diegene bij je is. En hoe meer je die aanwezigheid voelt, des te groter wordt het verlangen die persoon vast te pakken, aan te raken of maar gewoon even met hem te praten. Hoe groter het gemis.

Later die avond zijn we gezellig samen met familie. Bijna compleet als gezin. Op eentje na dan. Bram is doodmoe en hangt wat rond. Gaat knuffelen met iedereen die hem oppakt. Sara zit op de praatstoel en mengt zich in ieder gesprek. Net als haar vader heeft ze overal wel een mening over ongeacht het onderwerp. Ze zou gerust tot elf uur blijven kletsen, als wij dat goed vonden. En Sofie? Die ligt lekker te slapen in de wagen op de gang. Uitgeput van de kindermis op kerstavond en het vieren van haar verjaardag. Om te voorkomen dat we de gehele kerst verwend worden door chagrijnige kinderen die te laat naar bed zijn gegaan, pakken we rond een uur of negen de spullen bij elkaar.

Plichtsgetrouw drink ik het laatste restje appelsap uit de bekertjes. Zonde om maar gewoon te laten staan. En terwijl ik dat doe, zie ik hem opeens zitten. Aan de rand van Sara’s drankje. Rood met zwarte stippen. Een heel klein lieveheersbeestje. Zomaar op kerstavond. Ik zie het als een bezoekje. Toch allemaal samen met kerst.

Dag lieve Lieke – door Marleen

Lieke* wordt op mijn buik gelegd. Ik aai haar en zie hoe ontzettend bleek haar huidje is. vlinder_met_wolken_-_voor-page1 Voor ik doorheb dat er iets niet goed is, wordt haar navelstreng door de gynaecoloog doorgeknipt en rent hij met onze meid naar de kamer naast ons. Peter moet, van de gynaecoloog, mee. Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik lig paniekerig, bezorgd en vooral alleen in de ziekenhuiskamer. Met mijn benen nog in de beugels; bloedend omdat ik ben uitgescheurd.

Peter is weer heel snel bij mij. Huilend. Het gaat niet goed met Lieke*. Hij wil me niet vertellen wat er aan de hand is. Ik roep dat hij bij ons meisje moet blijven! Hij kan het niet. Hij kan niet aanzien wat er allemaal gebeurt met Lieke*. De schrik slaat me om het hart. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar weet dat het niet goed gaat. Ik houd Peter vast, alsof hij mijn laatste houvast is in het hier en nu. Ik houd Peter vast alsof hij kan voorkomen dat ik in het gat val wat zich onder ons vormt.

Een verpleegkundige loopt weer naar binnen. In paniek vraag ik hoe het met Lieke* gaat. Direct na haar geboorte zijn ze begonnen met een hartmassage omdat ze haar hartslag niet konden vinden. Binnen een minuut lag Lieke* aan de beademing en allerlei apparatuur om haar hartslag en bloeddruk in de gaten te kunnen houden. Onze meid kan niet zelfstandig ademen.

De verpleegkundige gaat ondertussen met mij aan de slag. De navelstreng en de placenta moeten nog geboren worden. Hierna word ik gehecht. De katheter wordt eruit gehaald. De verloskundige komt binnenlopen en meldt dat Lieke* naar de kinderafdeling wordt gebracht. Ze ademt inmiddels zelfstandig. Ik krijg hoop. Peter gaat weer naar haar toe terwijl de verpleegkundige mij onder de douche zet.

Ineens staat Peter weer voor mijn neus. Hij is bij ons meisje weggestuurd door de kinderartsen en verpleegkundigen. Het gaat niet goed met Lieke*. Haar bloeddruk daalt steeds verder en ze moet opnieuw aan de beademing. Ik kijk de verpleegkundige paniekerig aan en vraag haar om te gaan informeren wat er aan de hand is. Ik kleed mezelf wel aan. De verpleegkundige komt terug. Ze zet me in een rolstoel en zegt vastberaden: “Jullie gaan nú naar haar toe.”

Na een klein ritje over de gang ben ik eindelijk bij onze mooie meid Lieke*. Ze ligt op een speciaal bedje. Met slangetjes, buisjes en prikjes overal in haar lijf. Onder een warmtelamp. Uit alle apparaten komen piepjes en geluidjes. Ze ademt niet zelfstandig en ziet bijna wit. Lieke* kan haar bloeddruk niet op pijl houden. Ze krijgt dopamine en vloeistof in haar aderen gepompt, maar het slaat niet aan. Het lukt de artsen maar niet om ervoor te zorgen dat haar bloeddruk omhoog gaat. De kinderarts belt met het academisch ziekenhuis. Lieke* moet overgeplaatst worden naar een ziekenhuis waar een neonatologie afdeling is.

Gelukkig mogen we bij haar blijven voordat ze wordt overgeplaatst. Ik pak haar handje vast en dirigeer Peter naar de andere kant voor haar andere handje. De medicijnen worden opgevoerd en ineens voel ik dat ze me knijpt! Lieke* knijpt in mijn vinger! Zie je wel, alles komt vast goed!

De babyambulance arriveert. Lieke* wordt overgeplaatst naar een speciale couveuse waarin ze vervoerd kan worden. De verpleegkundige roept: “Geef haar een kus!” Braaf doe ik wat me gezegd wordt. Lieke* opent haar mooie grote donkere ogen en kijkt me recht aan. Mijn mooie meisje!

Peter en ik moeten wachten… We mogen niet zelf rijden. Een ambulance moet ons vervoeren. Géén spoed, wordt ons medegedeeld, zolang ons meisje stabiel is. Dus het kan wel even duren. We hangen in het ziekenhuis, rusteloos en ongerust voor de televisie. Onze emoties wisselen zich af, van hoopvol naar bezorgd. Van een flauwe grap naar een huilbui. Na een uur, waarbij elke minuut een eeuwigheid lijkt te duren, kunnen we mee. Ik moet op de brancard en word vastgebonden met riemen. ‘Wat een onzin,’ denk ik nog… We vertrekken. Op naar het academisch ziekenhuis, naar ons kleine meisje.

We zijn Purmerend nog niet uit of de ambulancebroeders krijgen een telefoontje. De schrik slaat me om het hart. Dit is niet goed. Een van de ambulancebroeders draait zich om en zegt: “De toeters en bellen moeten aan zodat we er snel zijn.” Ik reageer nog: “Het is niet goed hè?” maar hij mag niks zeggen. Peter en ik kijken elkaar aan. We weten genoeg. We vechten tegen de tranen en alsnog, tegen beter weten in, probeer ik positief te blijven. Het moet goed komen!

Nog nooit ben ik zo snel verplaatst van de ene locatie naar de andere. De ambulance rijdt het ziekenhuis in en we worden bijna hollend naar de afdeling neonatologie gebracht. De riemen van de brancard worden losgemaakt (dit kost onnodig tijd, schiet op!). Peter en ik worden naar binnen geduwd, op een stoel gezet en krijgen direct Lieke* in onze armen. Ik zie aan Lieke* dat ze op is, dat de strijd is gestreden. Ik zeg tegen mijn meisje: “Het is goed zo, ga maar lekker slapen.” En weg is ze. Onze mooie meid Lieke* is niet meer bij ons, niet meer op aarde, niet meer in onze wereld. Lieke* is overleden op 13 december 2014 om vijf over half vier.

 

 

lieverbijmij_cover_3dMarleen schreef mee aan het boek ‘Liever bij mij…’ Wil je haar verhaal en dat van 32 andere lotgenoten lezen? Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of via de webshop van Kusje in de wind.