‘Vandaag komt er een einde aan mijn mini-hel,’ denk ik onderweg in de auto. Eindelijk zal ik met eigen ogen zien dat alles goed is. Ik vertel het mezelf al weken: ‘Er is niets raars aan de hand met mijn ongeboren kind.’ De dagen tot dit moment zijn voorbij gekropen en tegelijkertijd opgegaan in een grote, grijze brei van twijfels, angst en tegenstrijdige gedachten. Momenten waarop ik teleurgesteld constateerde dat mijn broeken niet strakker zaten, werden opgevolgd door misselijke ochtenden die me blij maakten. Ik omarmde de pijn in mijn onderbuik van de groter wordende baarmoeder en verfoeide het ontbreken van enig contact tussen mij en mijn kind. Contact dat ik in vorige zwangerschappen, zelfs zo pril, wel had. Al was het maar in mijn dromen.
Het zweet loopt langs mijn rug.
Lees Meer