Met beide handen knijp ik in de drie dekbedden die mijn zwetende lijf bedekken. Op zoek naar houvast in een draaierige wereld. Uit alle macht probeer ik adem te halen, houd minutenlang snakkend naar lucht mijn hoofd recht en geef het dan weer op. Om energie te verzamelen moet ik even stoppen met ademen. Zelfs zuurstof is nu iets waar voor gevochten moet worden.

Elk besef van tijd, mijn lichaam en de dingen om me heen vervagen door de hoge koorts. Kennelijk lig ik te ijlen bij mijn ouders thuis op de bank terwijl manlief thuis aan het huis klust. Ik zie hun gezichten boven mij terwijl er ‘wat bedoel je?’ uit hun lippen komt. Zelf meen ik dat mijn antwoorden vrij helder zijn en herhaal ze nog maar een keer. De grens tussen wakker zijn en slapen, rust en pijn, ademhalen en stikken bestaat niet meer. Ik ben niet eens ongerust over mijn toestand, het kan me eigenlijk niet schelen of ik doodga op dit moment.

Nooit ben ik zo ziek geweest als toen.

Omdat de thermometer al de hele dag boven de 40 graden aangeeft, vindt mams het toch echt tijd om me naar het ziekenhuis te brengen. Pas dan realiseer ik me dat mijn ziekte gevaarlijk ik. Nerveus, slap en happend naar lucht stap ik samen met Maarten in de auto. De nightcare reikt mondkapjes uit aan de balie voor mogelijke Mexicaanse griep-lijders. Voor mijn gevoel is dat nog een extra hindernis die mijn longen moeten nemen. Bang om anderen te besmetten houd ik het ding netjes op, terwijl ik voorovergebogen met de knieën mijn ellebogen ondersteun om de spieren in mijn borstkas extra kracht bij te zetten.

Een mij onbekende huisarts ontvangt ons en schrikt wanneer Maarten vertelt dat ik bijna tien weken in verwachting ben. Ik kan het gesprek nauwelijks volgen. Het lukt me niet eens om mijn trui zelf omhoog te doen zodat de arts kan luisteren. Trillend laat ik de koude stethoscoop toe op mijn rug en probeer te zuchten op commando. Zonder lucht in je longen is dat vrij lastig. De arts heeft het echter snel geschoten en belt heen en weer tussen gynaecologie en longafdeling. Samen besluiten ze om longfoto’s te laten maken, een heel arsenaal aan bloed te prikken en me voor die nacht op te nemen.

De gang naar de eerste hulp leek wel vijf kilometer lang. Het is hooguit vijftig stappen.

Ik kom terecht in een klein wit wachtkamertje. De verpleegkundige verschijnt na tien tergende minuten om me zo’n grijs plastic knijpertje op de vinger te zetten, bloeddruk te meten en gegevens te noteren. Dan worden we weer naar buiten gestuurd en zitten in de wachtrij op de gang. Het is er best druk. De gang loopt scheef naar rechts en dan weer naar links, als een schip dat heen en weer deint op de golven. Gezichten kijken maar ik zie ze niet helder. Ogen staren zonder uitdrukking in deze steriele witte omgeving. De mensen in hun donkere, winterse jassen lijken wel vlekken op een smetteloze blouse.

 

vlinder3

Het fysieke boek ‘Kusje in de wind’ en zijn voorloper ‘Zes kleine voetjes en één paar vleugels zijn helaas uitverkocht. Deze boeken zijn wel nog verkrijgbaar als e-book via bol.com, of je kunt ze gratis lezen als je lid bent van kobo-plus.

Plaats een reactie