In één seconde verandert je leven. Het kindje in je buik leeft niet meer. Al wat je ziet op de echo is stil, geen beweging. De woorden: ‘haar hartje klopt niet meer’. En dan verandert niet alleen je leven maar ook jij zelf. Heel plots maar ook weer niet. Want het is pas na een hele tijd dat je beseft wat het verlies van een ongeboren kind met je doet… Lees Meer
Stefanie en Kane* ‘Liever bij mij…’ #21
Midden in de heftigste tijd van mijn leven, waarin bij mijn zus een hersentumor was geconstateerd en mijn moeder spontaan verlamd was geraakt door de spierziekte Guillain Barre, kwam op 24 december 2009 ons zoontje Kane ter wereld. Ons lichtpuntje in deze zware tijd. Niet alleen voor mij maar voor ons allemaal. Zoals mijn moeder steeds zei als ik hoogzwanger bij haar aan het bed stond; ” jij hebt iets moois om naar uit te kijken”. Lees Meer
Waar bijzondere broertjes en zusjes blijven…
“Mama…. Woont Lieve dan ook in mijn hartje?” vraagt vierjarige Sofie aarzelend, maar met een grote glimlach rond haar lippen. Verwonderd laat ze haar vingers nog eens over de laatste bladzijde van het prachtig geïllustreerde boek glijden, alsof het haar een van de grootste geheimen ontrafelde. Ik moet nu toch wel een keertje slikken hoor, maar antwoord dan: “Ja, Lieve woont ook in jouw hartje.” En het mooie is dat er geen grotere waarheid bestaat dan dat. Wij nemen overledenen mee in ons hart, hoe oud of jong ze ook zijn.
Tattoo geboren uit verlangen…
Of het op de een of andere manier te intiem was om erover te vertellen, vroeg hij voorzichtig, doelend op het engeltje dat op mijn voet geschreven staat. Daarop keek ik prompt naar de groene laarsjes onder mijn paarse jeans, alsof ik daar het antwoord vinden zou. Mijn tenen wiebelden ongeduldig, in afwachting van wat mijn hersens zouden produceren, maar die kregen op hun beurt gewoonweg kortsluiting en lieten mijn lippen een stamelend “ehhh…” voortbrengen. Onder begeleiding van twee roze wangen, want alleen het woord intiem al maakt me doorgaans nerveus, verplaatste mijn blik zich naar de tien vingers die er iets over moesten zeggen. Dat intieme informatie me nog steeds zenuwachtig maakt, daar moet ik zelf weleens om grinniken overigens. Alsof het schrijven van een boek mijn meest intieme gedachten niet al lang heeft blootgelegd.
Lees MeerLarissa en Femke* ‘Liever bij mij…’ #18
Mijn naam is Larissa van Tuijl. Ik ben 31 jaar oud en op 11 oktober 2013 voor de tweede keer moeder geworden, van mijn prachtige dochter Femke*. Ik heb nog een ouder dochtertje, Lieke, nu 2,5 jaar en een zoontje, Sander, nu 6 maanden. We wonen met z’n allen in Nieuwstadt, Limburg.
Ik ben blij dat ik mijn verhaal mag doen voor het project, ‘Liever bij mij…’. Ik hoop dat mensen na het lezen van dit boek inzien dat een verhaal van een overleden kindje niet eindigt hij de begrafenis of crematie, maar dat ouders dit verdriet hun hele leven lang met zich mee dragen.
Myrthe en Sophie* ‘Liever bij mij…’ #17
Mijn naam is Myrthe. Samen met manlief Jule en onze Duitse herder Mila woon ik in Heerlen.
Zwanger worden bleek voor ons niet vanzelfsprekend te zijn. Na een jaartje proberen hebben we de stap naar het ziekenhuis gemaakt. Daar doorlopen we het fertiliteitsonderzoek. Met behulp van hormoonmedicatie zijn we een aantal maanden later eindelijk in verwachting van ons eerste kindje. Het is een onbezorgde zwangerschap. We genieten volop van het kleine wondertje in mijn buik. Een meisje, blijkt later bij de geslachtsbepalingsecho.
Tijdens een reguliere controle worden wij geconfronteerd met een echo waarop geen kloppend hartje is te vinden. Binnen enkele seconden stort je hele wereld in elkaar. Je valt in een diepe put van intens verdriet. En dan zie je je kindje op de echo, op de bodem van je baarmoeder liggen. Stil. Geen knipperlichtje te bekennen. Geen trappelende beentjes. Opeens houdt je toekomst op met bestaan. Ons dochtertje Sophie* werd op 4 oktober 2014 om 8.34 uur stil geboren.
Moederdag
Ik had gehoopt dat het dit jaar gemakkelijker zou zijn, maar dat is het niet. Vandaag ben ik als eerste wakker. In ons bed liggen drie kindertjes te slapen. Sofie en Bram in het midden, Sara ondersteboven, met haar hoofd bij het voeteneind, tussen onze benen. Waarom liggen ze in godsnaam allemaal bij ons in bed? Ja, dat vraag ik mij op die momenten ook weleens af. Maar het antwoord is simpel. Omdat wij zacht gekookte ouders zijn. Daarom.
Lees MeerSanne en Noa* ‘Liever bij mij…’ #11
Mijn naam is Sanne Jennen en ik ben de trotse mama van Lex (’06), Noa* (’07) en Evi (’09).
Op 16 november 2007 werd, na 38 weken zwangerschap, ons 2e kindje geboren. Na Lex kregen we nu een meisje, haar naam is Noa.
Update troostbundel ‘Kindje in mijn hart’
Kindje in mijn hart wordt gedrukt! 🙂
Iedereen die zich heeft ingeschreven ontvangt vanavond een e-mail met informatie. Heb je geen mail/bevestiging ontvangen? Dan is er iets mis gegaan en wil ik je graag vragen even contact op te nemen.
Voor iedereen met de vraag of je nog boekjes kunt reserveren en namen door kunt geven….
JA, DAT KAN! Lees Meer
Het gevecht met de tijd die verstrijkt
Het is alweer even geleden dat ik een fragment deelde uit ‘Kusje in de wind’ en een van de redenen daarvoor is dat ik het gewoon ontzettend druk heb gehad met de puntjes op de i voor de publicatie. Alle teksten nog eens nalopen, het laatste commentaar van proeflezers verwerken, zaken regelen rondom de cover, heen en weer mailen met de drukker; en allerlei aanverwante zaken als: boekenleggers ontwerpen, de Facebookpagina bijhouden, reserveringen verwerken, engeltjes verzorgen voor bij het boek en mailen met vlinderouders die mee willen doen aan het project ‘liever bij mij…’. De komende weken komen daar nog een persbericht en allerlei andere formele zaken achteraan, dus ik ben er nog wel even zoet mee. 🙂
Er is echter nog iets anders dat mij bezig houdt en dat is een tijd die voorgoed in mijn geheugen gegrift staat. Een week in het jaar waar ik eigenlijk liever niet naartoe wil, omdat het verlies van mijn kindje dan plots weer zo dichtbij is. En zo komt het, dat januari voor mij ieder jaar een soort gevecht tegen de klok is, dat ik niet vooruit wil, maar liefst bij de kerstboom blijf zitten. Ik wil, hoe onrealistisch dat ook is, gevoelsmatig daar blijven waar hij nog leefde.
Het is een oud gevoel uit de tijd dat ik zoveel verdriet had om zijn dood, dat in deze maand steeds opnieuw naar boven komt. Het maakt niet uit of het één, twee of vijf jaar geleden is, ik voel het nog precies zo als toen; alleen komt het nu af en toe op en verdwijnt het weer, als een golf die vanuit het verleden opwelt en me overspoelt met haar zilte, prikkende water, om zich dan weer terug te trekken. Ik wil niet naar 21 januari, de dag waarop Lieve* geboren werd, maar meer nog wil ik niet naar 18 januari, de dag waarop de wereld voor mij verging. En toch ruimde ik dit jaar weer de kerstboom op om het onvermijdelijke toe te staan, dat de tijd doorgaat en dat ik in herinnering te horen krijg dat hij dood is. Toen, in 2010, wilde ik niet doorgaan na zijn dood, nu wil ik er niet naartoe. Uit het boek een stukje over loslaten.
“Ik weet nog goed hoe het voelde toen wij Lieve* moesten laten gaan en de sneeuw langzaam verdween. Als de tijd stil mag blijven staan is er niets om naar vooruit te kijken. Wanneer je een kind verliest is het juist de vooruitgang in de tijd die angst inboezemt. Je omgeving gaat verder. Jij blijft achter. Je uit alle macht vasthoudend aan het moment, om maar zo dicht mogelijk bij je kindje te blijven. Loslaten en verdergaan is kwijtraken. Zo dacht ik daar toen over. Ik was bang voor de lente die kwam.
En toen de bloembollen opkwamen lag er voor mij nog sneeuw. Het werd zomer en nog rilde ik van de kou. Zonder gevoel, verdoofd en passief gleden de maanden voorbij. Maar hoe meer de tijd mij door de vingers glipte, hoe meer mijn engel juist leek te verdampen. Daar op dat moment, in het verleden, daar was helemaal niets meer. Mijn gevecht tegen de dagen die verstreken was zinloos, ik had namelijk niets achtergelaten waarvoor ik in het verleden moest blijven.
Dat realiseerde ik me pas tijdens onze vakantie in Spanje dat jaar. Misschien wel net zo erg als het verstrijken van de tijd was het weggaan van de plek waar ik thuishoorde. Alsof ik mijn kind helemaal alleen liet in een leeg huis. De rest wel meenam, hun koffertjes inpakte en met versnaperingen achter in de auto installeerde. Waarop hij dan zielig thuis door het raam naar buiten zat te kijken, verdrietig dat we hem vergeten waren. Maar dat was natuurlijk helemaal niet zo.
Het kostte een klein meisje van vier jaar nog geen minuut om mij dat te laten zien. “Kijk mama, Lieve* is toch gewoon daarboven?”, wees zij wijs naar de Spaanse sterrenhemel, toen ik haar vertelde van mijn gemis. Ze had het zelf gevraagd, waarom ik zo verdrietig was. En zonder eromheen te draaien gaf ze mij nu niet alleen een antwoord, maar ook de verlossing. Samen keken we naar boven en filosofeerden over welke ster Lieve* zou zijn. En terwijl de tranen in de duisternis onzichtbaar over mijn wangen rolden, nam dat kleine meisje naast me mijn hand. De stilte die daarop volgde sprak duizend onzegbare woorden van troost en samen vonden wij hem, hoog in de hemel, als ster die net een beetje feller flonkerde dan de rest…”



